Begeleiding, hoe ga je er mee om

In de praktijk van de pleegzorg hoor je nogal eens dat pleegzorgwerker en pleeggezin niet op dezelfde lijn zitten. Soms is men met verschillende verwachtingen aan een plaatsing begonnen. Voor het thema van deze Mobiel spraken we met drie willekeurige pleegzorgwerkers en drie willekeurige pleeggezinnen over drie onderwerpen: begeleidingsgesprekken, omgang met ouders en nog pleegouder zijn als de plaatsing beëindigd is.

Begeleidingsgesprekken

Nynke Stoker,
pleegzorgbegeleider bij de Voorziening voor Pleegzorg in Drenthe te Papenvoort

“Hulpverlening bij pleegzorg werkt met doelen. Die doelen worden opgesteld aan de hand van de hulpvraag en die neem je mee in de gesprekken en daar werk je aan. Als een kind al lange tijd in een gezin woont, ga je over op algemene doelen, zoals ‘het kind woont op een veilige en stabiele plek’. Pleegzorg­begeleiding lijkt dan minder nodig te zijn. Het belang voor pleegouders blijft echter dat zij hun verhaal kwijt kunnen. Vooral omdat de omgeving niet altijd even goed begrijpt wat pleegzorg inhoudt. Mensen om een pleeg­gezin heen denken dat het wel goed komt als je het kind maar alle liefde geeft. Het is dus een lastige vraag of je op een gegeven moment echt niet meer nodig bent.
Je moet vaak samen kijken hoe je het verder vorm geeft. Ik zou wel meer tijd willen krijgen om al mijn werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Ik begeleid veel gezinnen en kinderen. Verder komt er veel verslaglegging bij kijken, zoals hulpverleningsplannen schrijven, contactjournalen uitwerken, administratieve zaken en degelijke. Terwijl ik voor de huisbezoeken de tijd wil nemen. Je moet niet na anderhalf uur uitstralen dat het nu echt genoeg is. Dat mensen gewoon hun verhaal kunnen vertellen is heel belangrijk.”

Wil en Fred,
pleegouders voor langverblijf

“Wij bieden al vijftien jaar pleegzorg en hebben al veel verschillende begeleiders gezien. We zijn begonnen met een cursus. Daar hebben we veel aan gehad, omdat we goed moesten nadenken over hechting en zo. Intussen is het zo dat de begeleiders meer langskomen om bij te praten en een kop koffie te drinken. We kunnen dan samen lachen om wat er allemaal gebeurt in ons gezin. Het is altijd zo geweest dat degene die ons begeleidde, goed bereikbaar was.
We hebben ook altijd een nummer voor crisissituaties ’s nachts of in de weekends. Als er eens problemen waren, konden we er altijd over praten. We hebben ons altijd gesteund gevoeld. Ons is ooit geadviseerd om met een kind naar het RIAGG te gaan, omdat we niet wisten hoe we met het kind moesten omgaan. De mensen daar stelden allerlei vragen, maar die gingen vooral over ons. We kregen weinig adviezen over hoe we met ons pleegkind moesten omgaan. Daar hebben we niet veel aan gehad en we hebben er zelf onze weg in gezocht. Het kind is trouwens nog steeds bij ons en het gaat goed met hem. Het zijn allemaal kinderen met een deuk. Je probeert er achter te komen wat het probleem is. Soms lukt dat, maar niet altijd.”

Pleegkinderen hebben ouders. Pleegouders en begeleiders stellen van alles in het werk om de contacten tussen ouders en kind goed te laten verlopen.

Ouders

Mariëlle Smitt,
pleegzorgwerker bij De Zuidwester in Etten-Leur

“Ouders hebben recht op omgang met hun kind, maar ik vind het veel belangrijker dat het kind omgang met zijn ouders heeft. Dat heeft een kind nodig voor de onwikkeling van zijn identiteit. Het is het meest natuurlijk als de bezoeken in het pleeggezin kunnen plaats­vinden zonder begeleiding. Het is voor pleegouders een moeilijke taak: bij crisis/kortverblijf moeten ze met allerlei verschillende ouders kunnen omgaan. Iedere nieuwe plaatsing wordt begonnen in het zorgteam. Het zorgteam wordt gevormd door het kind vanaf twaalf jaar, zijn ouders, de pleegouders, Bureau Jeugdzorg, pleegzorg en eventueel de hulp die er al in het gezin was. In het eerste gesprek van het zorgteam worden, samen met de ouders, de doelen van de plaatsing vastgesteld. Je merkt dat de ouders het waarderen dat zij serieus genomen worden en inspraak hebben. Als het even kan, zijn de ouders ook zelf bij de plaatsing van het kind. Na een half jaar komt het zorgteam weer bij elkaar en bekijkt welke doelen er gerealiseerd zijn en wat het vervolg moet zijn. Verplaats je in het kind en in zijn ouders, dan weet je wat ze nodig hebben. Wees concreet en duidelijk naar ouders, wek geen valse verwachtingen, maar geef een goede, intensieve begeleiding.”

Klaas en Marja,
pleegouders die kinderen voor langverblijf verzorgen en die crisisopvang doen voor baby’s

“We vinden de oudercontacten heel belangrijk. Bij een van onze langverblijfkinderen loopt het niet goed en we zien dat dat haar veel verdriet doet. We merken bij de crisis­baby’s hoe gemakkelijk je de ouders kunt betrekken bij de verzorging van de kinderen en dat dat de ouders vertrouwen geeft in pleegzorg. Daarop kun je verder bouwen voor het vervolgtraject. We ontvangen de ouders het liefst bij ons thuis. Dat is het meest ongedwongen en de kinderen zijn dan in hun dagelijkse omgeving. We vinden het erg belangrijk dat de begeleiding ook een goed contact heeft met de ouders, zodat zij hen goed leren kennen. De pleegzorgwerker moet wel kunnen plaatsen wat wij vertellen over het verloop van de bezoeken en daar ook zelf weer mee verder gaan met de ouders. Je kunt als pleeggezin veel opbouwen met ouders, maar de intensieve begeleiding moet van de professionals komen. Wij zijn er in de eerste plaats voor het kind.”

Als een pleegkind komt, is dat een hele verandering, maar als het kind weer vertrekt, verandert er ook erg veel. Wat uit het oog is, is nog niet uit het hart. Blijft er nog een vorm van contact?

Pleegouder zijn als de plaatsing beëindigd is

Jan Harm Wibbens,
pleegzorgbegeleider bij Horizon, Dordrecht

“Officieel is er geen Horizon-beleid rond het contact houden met pleegouders als een kind niet meer in het pleeggezin verblijft. Er is geen subsidie voor officiële nazorg binnen pleegzorg. Met gezinnen waar nog andere pleegkinderen verblijven, is er vanzelf­sprekend contact en wordt er nog gesproken over de invloed die de uitplaatsing op het gezin heeft.
Als het de laatste plaatsing van een pleeg­gezin betreft, zijn er meestal een tot twee gesprekken, afhankelijk van de problematiek rond de uitplaatsing en de hoeveelheid plaatsingen die pleegouders hebben gehad. Er wordt in elk geval nog een eindverslag gemaakt en besproken met de pleegouders. In heel bijzondere gevallen (zoals recent het overlijden van een pleegkind) wordt er soms tot wel een jaar nadien contact gehouden. Dit soort contacten zijn veelal op initiatief van de pleegzorgwerker, die daar in overleg met de leidinggevende afspraken over maakt. Als een kind terug naar huis gaat, worden er afspraken met de plaatser gemaakt om nog eens te horen hoe het gaat.”

Jaap en Geeske,
pleegouders voor langverblijf

“Na bijna negen jaar hebben we moeten besluiten, dat onze pleegdochter beter op een andere plek verder groot kan worden. We willen wel graag haar thuisfront blijven, want we hebben haar acht jaar geleden in huis genomen, omdat ze een veilig gezin nodig had. Dat zal ze nog jaren nodig hebben, want ze is nu bijna 16 jaar. Zowel voogd als pleegzorgwerker zagen de noodzaak om contact te houden met onze pleegdochter. Niemand wist echter goed hoe. Wij willen graag meedenken over school, leerdoelen in de leefgroep en toekomstplannen. Dat doen ‘echte ouders’ met een uithuisgeplaatst kind toch ook? We hebben echter geen enkel gezag. Ondertussen blijkt er toch het soort relatie te groeien, dat wij voor ogen hadden. Onze pleegdochter woont op dit moment in een crisisopvanggezin, waar we regelmatig contact mee hebben. Over een half jaar is er plaats voor haar in de leefgroep. Ze komt ongeveer een keer in de week bij ons.
Ze kwekt aan één stuk door en eet mee, waarna ze weer verdwijnt. Wij zijn ook een keer bij haar geweest en haar broer, die nog in ons gezin woont, logeert af en toe bij haar. Als het zo door blijft groeien, is het goed. De druk en de ruzies zijn weg en de gezellige meid komt op bezoek. De pleegzorgwerker heeft hierin niet veel meer te betekenen. Onze pleegzoon en andere pleegdochter blijven nog bij hem horen, dus hij kan nog meekijken. De voogd is degene waar we nu zaken mee moeten doen en af en toe hebben we contact met haar therapeut.”


Tags: , ,