“Je mogelijkheden zijn groter dan je denkt, veel groter”

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

In Nederland is de laatste tijd veel te doen over ‘het belang van het kind’. Wetenschappers, overige deskundigen en andere volwassenen discussiëren met elkaar in stuurgroepen, werkgroepen en project­organisaties over wat volgens hen het belang van kinderen is. IFCO is een organisatie die sinds haar oprichting al aan kinderen zelf vraagt wat hun belang is. Zo maken jongeren onder meer deel uit van het bestuur van de organisatie. De 22-jarige Miko Carels zit sinds 2001 namens Nederland in het IFCO-bestuur. Tijdens de conferentie in Hamilton vertelde hij aan Mobiel hoe hij als pleegkind betrokken is geraakt bij de organisatie en wat hij met IFCO wil bereiken.

Op mijn derde ben ik met mijn broertje en zusje in een pleeggezin geplaatst. Na acht jaar zijn we bij mijn oom en tante gaan wonen. Mijn tante is een zusje van mijn moeder. Het was heel fijn om bij mijn oom en tante te komen wonen. Het is jammer dat dat niet eerder kon. Onze cultuur, mijn familie komt uit Indonesië en Papua Nieuw Guinea, is toch anders dan die van het pleeggezin. Toen we uithuisgeplaatst werden, werkte het pleegzorgsysteem anders. Nu wordt er eerst gekeken naar een plaats in de familie of het netwerk en pas daarna daarbuiten.

Ik studeer Cultureel Maatschappelijke Vorming. Eerst deed ik een computeropleiding, maar dat was niet echt leuk. Door mijn vrijwilligerswerk voor IFCO merkte ik dat ik het heel leuk vind om met jongeren te werken. Het ligt mij ook om activiteiten te organiseren. Als pleegkind ben ik ervaringsdeskundige. Veel pleegkinderen missen een rolmodel. Ik wil niet opscheppen, maar ik ben goed terechtgekomen. Veel jongeren zijn bang dat het slecht met hen afloopt. Jongens die een vader missen, kiezen soms voor een verkeerd rolmodel. Ze kunnen beter voor mij kiezen. Ik kan me in hen verplaatsen en daarnaast ben ik zelf nog jong.

Stem van jongeren

Ik ging altijd naar het JiP-kamp. Er was een vaste kern die elk jaar ging. Wij werden zo nu en dan gevraagd om de stem van jongeren te vertegenwoordigen. Zo ook in 2001 op de IFCO-conferentie in Veldhoven. Ik vond het onwijs leuk om te doen. Daarna heeft IFCO mij vaker gevraagd voor dingen. Toen ik hoorde dat de volgende conferentie in Argentinië was, heb ik een e-mail gestuurd dat ik geïnteresseerd was om daar iets te doen. Vrij snel daarna ben ik lid geworden van de jeugdcommissie. Ook vroeg men of ik in het bestuur wilde. Dat wilde ik toen niet omdat ik net om de hoek kwam kijken, ik wist niet of ik het wel zou kunnen. Na de conferentie in Argentinië heb ik ja gezegd. Ik vond het wel eng. Er zitten zoveel mensen uit verschillende landen in het bestuur. Daar kom ik aan met mijn Mavo-Engels. Tijdens de eerste bestuursvergadering heb ik alleen geluisterd. Ik kon alles redelijk volgen. Langzaamaan begrijp je steeds meer en ga je zelf dingen zeggen.

Mijn taak in het bestuur is de stem te zijn van jongeren. De visie van IFCO is dat jongeren op alle niveaus medezeggenschap hebben. Ik heb dus overal een volledige stem in. Ook ben ik contactpersoon voor jongeren en tijdens conferenties voor het jongerenprogramma. Toen ik bij IFCO begon, was de JiP (1) nog heel actief. Daarin waren jongeren uit Nederlandse pleeggezinnen verenigd. Nu hoor ik nog maar heel weinig van Nederlandse jongeren in pleegzorg. Ook in alle projecten van IFCO hebben jongeren een stem. Bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van pleegzorg in Roemenië of bij Quality For Children (2). Bij dit laatste project waren eerst alleen volwassenen betrokken. IFCO heeft ervoor gezorgd dat ook jongeren meedenken en meedoen. Volgens mij zorgt IFCO voor de enige echte vorm van jongerenparticipatie.

‘Chief’ van de ‘tribe’

Voor deze conferentie kreeg ik van tevoren inzage in de plannen voor het jongerenprogramma. Nieuw-Zeeland heeft het alleen georganiseerd. Dat vind ik jammer, omdat je soms ziet dat een land dezelfde fouten maakt als een vorig land. Er deden 38 jongeren mee in het programma. Op maandag kregen we een eigen Maori-welkomstceremonie. Volgens de ‘chief’ van de Maori was ik, als bestuurslid, ‘chief’ van onze ‘tribe’, daarom moest ik een speech houden. Ik was helemaal niet voorbereid, dat was dus heel leuk. Het programma bestond verder uit workshops, sport en het voorbereiden van een presentatie. Vrijdag hielden we voor de volwassen deelnemers een presentatie met daarin de uitkomsten van de workshops.

Aan het begin van een conferentie is iedereen nog wat onwennig. Er zitten ook jongeren tussen die met hun pleegouders mee moesten, zij hebben vaak helemaal geen zin. Maar aan het eind van de week willen ze geen van allen meer naar huis terug.

Meer contact tussen jongeren

Ik kan jongeren vertegenwoordigen omdat ik zelf jong ben. Ik kom uit de pleegzorg en ik praat veel met jongeren, tijdens de conferenties maar ook via msn. Ik ben van mening dat er veel meer contact kan zijn onder jongeren. Ik denk echt dat er vraag is naar een internationaal jeugdnetwerk. Nu zijn het meer losse flodders. Ik zou graag een jeugd­netwerk opzetten dat als een soort paraplu-organisatie werkt. Dat is wat ik wil doen als ik klaar ben met mijn studie. Ik geloof dat jongeren zich kunnen verenigen via internet.
Wat er uit zo’n netwerk komt, kun je lokaal uitwerken. Het is belangrijk dat jongeren in de zorg hun stem laten horen. Ik wil heel graag dat Nederlandse jongeren in de zorg zich verenigen. Misschien klinkt het zoetsappig, of is het al te vaak gezegd, maar wat ik tegen hen zou willen zeggen is: je mogelijkheden zijn groter dan je denkt, veel groter.”  •

Meer info: http://youth.ifco.info. Vragen? Mail Miko Carels: miko@ifco.info

(1)  Voorheen was de JiP een activiteitenvereniging. Sinds een aantal jaar is JiP een stichting die jaarlijks een vakantieweek voor jongeren in pleeggezinnen organiseert. Meer informatie: www.stichtingjip.nl.
(2)  www.quality4children.info

Presentatie jongerenprogramma IFCO 2007

Op de laatste IFCO-dag hielden de jongeren een presentatie van hun programma. Tijdens de week was er een videofilm gemaakt en ze hadden een aantal stellingen voor de overige deelnemers. De jongeren waren teleurgesteld dat hun programma zo gescheiden was van het overige programma: “Jongeren vinden volwassenen echt niet vervelend!” Verder werd er gevraagd om verlengde hulpverlening na het achttien jaar worden en werd het belang van gedegen pleegoudertraining onderstreept: “Misschien dat sommige pleegouders dan bij voorbaat al niet meer willen, maar het selecteert de slechte er tenminste uit.”


Tags: ,