Worsteling met het onbegrijpelijke

Auteur: Antoinette van Wijngaarden  

Kinderen houden niet van veranderingen. Opgroeien is een hele klus en die kun je het beste klaren in een stabiele omgeving. Onze grootouders wisten het al: bij reinheid, rust en regelmaat is een kind het meest gebaat. Daar is bij een uithuisplaatsing geen sprake van. Een uithuisplaatsing, dit kan ook een terugplaatsing zijn, brengt immense veranderingen met zich mee. Het kind verliest zijn (pleeg)ouders, zijn huis, zijn school, zijn vrienden en moet verder in een nieuwe, onbekende omgeving. In veel gevallen ook nog eens totaal onverwacht. Dit brengt rouw met zich mee. We beperken ons in dit artikel tot de diverse gedragingen die pleegouders het meeste noemen. Het STAP-werkboek voor pleegouders en begeleiders ‘Omgaan met verlies’ behandelt uitgebreid de verschillende fasen van rouw met alle mogelijke bijbehorende gedragingen en behoeften van het pleegkind (1).

Alle pleegkinderen, hoe klein ze ook zijn, moeten een rouwproces doormaken.
Het is nodig voor de verwerking van het verdriet. Het rouwproces van kinderen is een worsteling met onbegrijpelijke dingen. Omdat het voor kinderen moeilijk, meestal onmogelijk is om hun gevoelens te begrijpen, laat staan om erover te praten, uit hun rouw zich in hun gedrag (2).

Het modelkind

Een kind dat bij zijn moeder weggehaald dreigt te worden, klampt zich huilend aan haar vast. Dit is een letterlijke vorm van hechting. Als dit niet helpt en het verlies werkelijkheid wordt, kunnen reacties als terugtrekken, apathie en wanhoop volgen. Direct na de uithuisplaatsing verkeert het kind meestal in een shock. Het verlies van alle zekerheden roept zo’n veelheid aan heftige emoties op, dat kan het kind niet aan. Het sluit zich af om zich te beschermen. Het doet alsof er niets gebeurd is, alsof er niets aan de hand is. Dit kan zich uiten in een overdreven aanpassing aan het nieuwe leven. Crisispleeggezinnen krijgen hierdoor vaak een ‘modelkind’ in huis.

Het tegenovergestelde kan ook gebeuren. Het kind kan zich lastig, zelfs onmogelijk gedragen. Heimelijke hoop dat de pleegouders hem er uitschoppen, kan hiervan de oorzaak zijn. Dan kan hij immers terug naar huis, is de gedachte.

Het ondankbare kind

Een vlakheid in emoties, terugtrekken en apathie zien veel pleegouders ook bij het vertrekkende pleegkind. De pleegouders van een meisje dat kamertraining ging volgen, schrijven: “Ze bewoog zich weer als een schim door ons huis. Je hoorde haar niet, je zag haar niet. Ze had geen contact meer met de andere jongeren.” Ook bij het afscheid zelf vertoont het kind of de jongere vaak geen enkele emotie, tot verdriet en verontwaardiging van de pleegouders. Met dit gedrag kwetst het kind de pleegouders. Vaak noemen zij het kind ondankbaar. Ook hier is onmacht om met het (naderende) verlies om te gaan de oorzaak.

Jongeren verbergen hun verdriet

Fiddelaers-Jaspers waarschuwt dat jongeren in de puberteit extra hun best doen om hun verdriet te verbergen, waardoor hun rouw vaak over het hoofd gezien wordt. De jongere is zijn zelfstandigheid aan het verwerven, stelt zich steeds onafhankelijker op, richt zich steeds meer op leeftijdgenoten en wil vooral niet afwijken. Een pleegkind voelt zich al anders dan anderen en zal extra hard proberen om niet nog meer op te vallen. Bovendien wil de jongere zijn emoties graag in de hand houden. Hij is bang dat dit niet lukt als er over het afscheid, het verlies gesproken wordt en zal dit dus vermijden. Hij bouwt een muurtje om zichzelf heen en doet er veel moeite voor om aan de buitenkant niks te laten merken. De binnenkant is echter heel anders. Daar zit de pijn, de eenzaamheid en de rouw. Toen de pleegouders van het meisje hierboven haar lieten inzien wat ze aan het doen was: “Je trekt je van ons terug, je stoot jezelf als het ware van ons af,” kwamen de tranen en vertelde ze hoe bang ze was voor het nieuwe leven dat haar te wachten stond.

Het onhandelbare kind

Verlies leidt tot boosheid. Hoe groter het verlies, des te heviger is doorgaans de boosheid. Dit verklaart waarom kinderen en jongeren in de pleegzorg en ook hun (pleeg)ouders zoveel boosheid laten zien. Deze boosheid kan zich naar buiten of naar binnen richten. Kinderen hebben hun gevoelens meestal minder onder controle dan volwassenen en ze houden minder rekening met conventies. Hun reacties zijn doorgaans heftiger.

Kinderen die hun boosheid naar binnen richten, kunnen concentratieproblemen hebben, constant zeuren of huilen, zich terugtrekken, snel opgeven, zichzelf waardeloos, dom of lelijk vinden, spelen met de gedachte aan zelfmoord of hier zelfs concrete plannen voor maken.

Kinderen die hun boosheid naar buiten uiten, kunnen dat op de volgende manieren doen: ongehoorzaam en opstandig zijn, een grote mond geven, zichzelf of anderen pijn doen, huisdieren kwellen, spullen vernielen, seksueel uitdagend zijn, driftbuien hebben, zeuren, huilen, terugvallen in jonger gedrag zoals bijvoorbeeld bedplassen en broek­poepen. Al deze gedragingen zijn uitingen van hun grote verdriet.

Pleegouders kunnen helpen

Pleegouders kunnen een grote rol spelen bij de verliesverwerking van hun pleegkind. Bij heel kleine kinderen kun je als pleegouder niet veel meer dan ‘er zijn’, continu. Ook een vaste dagelijkse gang van zaken is belangrijk. Niet alleen voor kleintjes. Ook voor grotere kinderen is dit een houvast. Veroordeel het gedrag van het kind, hoe extreem het soms ook is, niet. Bied het kind de veiligheid om zijn verdriet te uiten, zonder anderen of zichzelf daarbij schade te berokkenen. Erken al zijn gevoelens. Dwing het kind niet tot praten, maar bied wel altijd een luisterend oor.
De pleegouder kan, zeker voor een puber, te dichtbij zijn. Een andere volwassene, de buurvrouw of een leerkracht, kan als vertrouwenspersoon dienen. Rouwen van kinderen is een worsteling met onbegrijpelijke dingen. Help het kind te begrijpen. Begrip helpt het kind weer grip op zijn leven te krijgen. Betrek het kind daarom bij zoveel mogelijk zaken. Leg uit wat er gebeurd is en wat hem te wachten staat. •

(1) Deze map kunt u bestellen met de bestelbon op pagina 27.

(2) Voor dit artikel is onder andere gebruik gemaakt van het artikel ‘Hoor ik erbij? Rouwen als pleegkind’ van dr. Riet Fiddelaers-Jaspers in Mobiel 6, december 1999.  Zij is sociaal-pedagoge en promoveerde in 2003 op een onderzoek naar rouw bij jongeren. Ze is oprichtster van de website www.in-de-wolken.nl, een site voor en over rouwende kinderen en jongeren.


Tags: , ,