Rouwen is een gezonde manier om verlies te verwerken

Auteur: Antoinette van Wijngaarden  

Irene Dros begeleidt als maatschappelijk werkster rouwgroepen voor mensen die hun partner door overlijden verloren hebben. Zij ziet veel overeenkomsten tussen hun verhalen en die van de ouders en pleegouders. De Amerikaanse psycholoog William Worden introduceerde het begrip rouwtaken. Elk mens dat een gevoelig verlies lijdt, staat voor vier taken. Moeilijke taken, maar als je ze niet volbrengt, verwerk je je verlies niet. Aan de hand van deze rouwtaken bespreken we de ervaringen van ouders en pleegouders.

Natuurlijk wordt niet elk verlies door elk mens even intens beleefd. Toch lijken onze emotionele reacties op elkaar. Irene Dros: “Bij rouw denken we als eerste aan het afscheid bij sterfgevallen. Maar ook bij het verlies van je gezondheid, je relatie, je baan of je (pleeg)kind is er sprake van een rouwproces. Je moet proberen je verlies te verwerken en je leven opnieuw in te richten. Rouwen is een gezonde manier om dit te doen.”

1.  Het aanvaarden van het verlies

“Toen de rechter zei dat Patrick weer bij z´n moeder kon gaan wonen, was mijn eerste gedachte: hij vergist zich, hij heeft het over een ander kind. Heel gek, want we wisten eigenlijk wel dat dit zou gebeuren.”

Deze pleegmoeder wist verstandelijk dat ze haar pleegkind af moest staan, maar gevoelsmatig kon, wilde ze het nog niet beseffen.
Ze kon het nog niet laten doordringen, omdat dat te veel pijn deed. Een dergelijke reactie beschermt je. Bij een uithuisplaatsing en bij een terugplaatsing verlies je je (pleeg)kind. Ook al zag je het aankomen, het is een klap. Een goed afscheid verzacht de pijn van die klap, omdat het helpt de realiteit te aanvaarden. Pleegouders vertellen dat ze voor hun pleegkind afscheidsfeestjes organiseren. Veel pleegouders maken een fotoboek voor het kind. Spullen moeten uitgezocht, ingepakt of opgeruimd worden. “We breken af wat hij van Lego gemaakt heeft. Deze middag vechten we met onze gevoelens en wat we over hebben is een opgeruimde speelgoedkast en een leeg hart.”

Dros: “Ouders en pleegouders verliezen niet alleen hun (pleeg)kind, ze moeten ook onder ogen zien dat ze het verloren hebben, van de Raad voor de Kinderbescherming, van de voogd, van de rechter, van de instanties. Veel (pleeg)ouders vinden hun beslissing onrechtvaardig en zijn boos. Toch moeten ze zich er bij neerleggen. Zij zijn degenen die de macht hebben, niet de goedwillende (pleeg)ouders.”

2.  Het ervaren van de pijn die het verlies geeft

“Boos moet ik kunnen zijn om geen verdriet te hebben.”

De verwerking van een verlies gaat meestal gepaard met emotionele pijn, met verdriet. Bij verdriet denken we aan iemand die huilt of die zich stilletjes terugtrekt. Verdriet kan op veel meer manieren naar buiten komen: als verontwaardiging, boosheid, schuldgevoel, schaamte, het gevoel miskend te worden of mislukt te zijn.

Onbegrip, verontwaardiging over de beslissing van de voogd of de rechter uit zich in boosheid op die persoon of in ongecontroleerde boosheid die zich op van alles en nog wat richt. Je kunt ook boos zijn op het vertrekkende kind, kwaad op zijn schijnbare ondankbaarheid: “Hij keek niemand aan en zei: bedankt dat ik hier mocht wonen en tot ziens.”
Of: “Hij draaide zich om en liep het huis uit. Dat was het.” Je voelt je buitengesloten:
“Hij had zelf geregeld dat een kennis hem zou verhuizen. Ze laadden samen zijn spullen in.” Of: “Naar het intakegesprek gaat ze met haar biologische moeder. Zij is haar voogd, maar wij hebben haar opgevoed en begeleid en worden er niet bijgevraagd.”

Schuldgevoelens kunnen overheersen:
“Heb ik echt alles gedaan wat mogelijk was?”
“Als ik meer geduld had gehad, dan…”
Je kunt je miskend voelen. Jij weet toch, oprecht, wat het beste is voor het kind en nu beslist de rechter anders. Misschien overheerst een gevoel van mislukking:
“Ik was toch degene die zei: je mag hier altijd blijven.” Gevoelens van schaamte omdat je boos bent op het kind of omdat je opgelucht bent dat het eindelijk vertrekt.

Verontwaardiging, jaloezie, woede, schuld­gevoel, schaamte, allemaal verwarrende gevoelens die je in verschillende mate, tegelijkertijd of op verschillende tijdstippen kunt ervaren en uiten. Dros raadt met klem aan om deze emoties niet te onderdrukken en om je gedachten, hoe slecht je ze misschien ook van jezelf vindt, niet weg te stoppen.

Voor een goede verwerking van je verdriet is het van wezenlijk belang dat je al deze gevoelens en gedachten van jezelf toestaat.

3.  Het aanpassen aan een leven waar het (pleeg)kind geen deel meer van uitmaakt

“Ik mis niet alleen het kind, maar ook alles wat ik daarnaast nog binnen de pleegzorg deed. Ik gaf voorlichting en deed mee aan de STAP-trainingen. Dat slaat nu nergens meer op.”

Deze ex-pleegmoeder stopte met het werk dat ze voor pleegzorg deed. Ze moest op zoek naar een andere zinvolle invulling. Met het vertrek van een (pleeg)kind raken sommige ouders niet alleen het kind, maar ook hun rol als ouder kwijt. Dit is een ingrijpende verandering. Een pleegouder is “bang voor wat er nu allemaal met haar (ex-pleegkind) zal gaan gebeuren. Haar los te moeten laten (…) terwijl je weet dat zij mijn bescherming en een goed nest nog zo hard nodig heeft.” Je koesterde verwachtingen en ideeën over de toekomst van jou en je (pleeg)kind. Die moeten aan­gepast worden.

4.  Het kind een plek geven en verder leven

“Soms denk ik wel eens dat we het makkelijker hadden kunnen verwerken als hij overleden zou zijn.”

De reactie van Dros op deze uitspraak:
“Dat zou best eens kunnen.” Deze pleegvader wordt gekweld door zorgen om zijn ex-pleegzoon. Deze woont weer bij zijn moeder, maar volgens de pleegvader gaat het helemaal niet goed met hem. Hij wil hem zo graag helpen, maar mag dat niet meer. Daarom lijkt het makkelijker als hij overleden zou zijn. Dan is het afscheid definitief. Dan kun je beginnen met rouwen.
Vergelijkbaar is de reactie van een ouder waarvan de kinderen uithuisgeplaatst zijn: “Ouder zijn op afstand doet pijn, heel veel pijn.” De verwerking kan ook nog extra bemoeilijkt worden door onbegrip van de omgeving. Een moeder: “Terwijl ik dit typ rollen de tranen over mijn wangen.
Mijn vriend en ik zijn er kapot van, maar we kunnen nergens terecht met ons verdriet.” Als iemand overlijdt, hebben we rituelen die bedoeld zijn om de achterblijvers te steunen. De omgeving weet wat ze moet doen: condoleren, meeleven, luisteren, de helpende hand bieden en een schouder om op uit te huilen.

Bij een uithuisplaatsing is er veel meer onbegrip. Ouders waarvan het kind wordt afgenomen, zullen dit wel aan zichzelf te wijten hebben. Pleegouders weten toch dat hun pleegkind slechts tijdelijk, ook al is dit soms jaren, bij hen woont? Niet zeuren dus. Dros: “Het is niet goed om te blijven hopen, maar het is ook niet goed om het kind uit je leven te bannen. Je moet het kind een andere, nieuwe plek in je leven geven. Pas dan ben je in staat om verder te gaan met je leven. Zo´n plek kan een fotoboek zijn van de periode dat het kind bij je woonde. Ook kan het helpen om een brief te schrijven aan je pleegkind. Die hoeft niet verstuurd te worden.”
Een pleegmoeder vertelt dat ze gedichten over haar pleegkind is gaan schrijven.

5.  Het verlies niet verwerkt

“Mijn vrouw kwam in de ziektewet. Toen zij weer wat opgeknapt was, had ik het gehad en knapte ik af.”

Het doormaken van een aantal van de hier bovengenoemde emoties is een normale, gezonde vorm van rouw. Maar wat als je na maanden of jaren nog steeds bezig bent met de uithuisplaatsing of voortijdige afbreking en je hier last van hebt? Niet voortdurend meer, dan heb je hopelijk al hulp gezocht en gekregen, maar wel bijvoorbeeld elke keer als het weer ter sprake komt. Dat dan weer de kwaadheid opwelt op die ene rechter of op die incapabele voogd.

Dros suggereert een aantal vragen die je jezelf kunt stellen. In welke mate wordt mijn leven er nog door beheerst? Geef jezelf een cijfer tussen 0 en 10 en vraag je af of je hier tevreden mee bent. Zo niet, wat wil je aanpakken? Stel: je bent nog steeds erg boos en je geeft jezelf een 4, wat wil je doen om naar een 5 te gaan? Wiens hulp heb je daar bij nodig? Ze raadt aan in kleine stappen te werk te gaan.

Als je merkt dat je, ook na lange tijd, nog steeds de behoefte hebt om er over te praten, dan kun je een vertrouwenspersoon uitzoeken. Kies iemand die je vertrouwt en waarbij je ál je gevoelens en gedachten, ook de slechte, kan en mag uiten.

Tegelijkertijd kun je met jezelf afspreken om het er tegenover anderen niet meer of in ieder geval minder over te hebben. Het ziek worden van pleegouders en ouders doordat hun (pleeg)kind uit huis geplaatst is, dat moet voorkomen worden en kan voorkomen worden door professionele rouwondersteuning. Hier ligt een taak voor pleegzorg en jeugdzorg


Tags: , ,