Portret van een netwerkpleeggezin

Leila is gescheiden. Haar zoon Raf en dochter Mim zijn het huis uit. Leila’s neefje Ismael is vijftien en woont bij haar.

Wat is de samenstelling van je gezin?
Ik woon hier met Ismael. Ik doe vrijwilligerswerk bij een ouderencentrum. Ismael zit in het derde jaar van het VMBO. Mijn twee kinderen zijn getrouwd en hebben zelf kinderen. Mijn dochter had een prachtige traditionele Hindoestaanse bruiloft. Ik ben heel blij met mijn kleinkinderen Rafina, Shafieq, Rahima en Afizah.

Hoe kwam je ertoe om pleegmoeder te worden?
Als familie voelen wij ons sterk met elkaar verbonden. Mijn zus heeft vijf kinderen. Ik heb een sterke band met al haar kinderen, maar het meest met Ismael, al vanaf zijn geboorte. Ismael is het middelste kind. Zijn oudere broer en zus zijn tien en elf jaar ouder. Zijn tweelingbroers zijn bijna twee jaar jonger. Ismael voelde zich thuis vaak alleen. Hij was altijd al graag bij mij. In de weekenden en vakanties kwam hij heel vaak logeren. Mijn zus en haar man vonden dat prima. Toen Ismael negen jaar was, zijn zijn ouders gescheiden. Hij voelde zich sterk verbonden met zijn vader en ineens was hij weg. Zijn moeder stond alleen voor de zorg voor vijf kinderen.
Dat was voor haar heel moeilijk. Voor Ismael ook en hij reageerde hierop met agressie en negatief gedrag. Ook in die moeilijke tijd had ik een positieve invloed op hem. In overleg met vader, moeder en jeugdzorg is besloten dat Ismael bij mij kwam wonen. Het is een vrijwillige plaatsing die begon toen Ismael naar de middelbare school ging.

Hoe reageerde je omgeving en familie op het pleegouderschap?
Mijn omgeving vond me erg moedig. Ze vonden het een hele onderneming. Ik heb altijd een groot gezin gewild. Ik hou van kinderen en ik heb veel steun aan mijn geloof.

Hoe ziet je begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?
Ik heb een heel goede begeleider. Hij komt regelmatig langs, zowel in goede als in slechte tijden. Soms is Ismael thuis als hij komt, voor hem is hij als een soort vader. De begeleider heeft een goed contact met mijn zus. Hij kent onderhand de hele familie. Voor mijn zus en mij is hij een rots in de branding.

Waar heb je steun bij nodig, waar ben je onzeker over?
Ik heb steun nodig om de zorg voor Ismael te kunnen delen. Pleegzorg is nieuw voor mij. Ik kan niet zomaar mijn eigen beslissingen nemen. Ik ben dat wel gewend, omdat ik zelf al jong gescheiden ben. Nu moet ik rekening houden met de vader en moeder van Ismael. Als ik het moeilijk vind om sommige zaken met zijn ouders te bespreken, neemt mijn begeleider dat over. Het blijven toch familierelaties.

Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?
Sinds Ismael hier woont, heeft hij langzaam een sterke band met zijn moeder opgebouwd. In het begin vonden zijn moeder en de tweeling het moeilijk om hem een plaats te geven in het ouderlijk huis. Ik heb hier veel met hen over gesproken. Nu gaat Ismael elke veertien dagen graag naar zijn moeder. Hij belt haar bijna dagelijks. Ook vindt hij het fijn als hij zijn tweelingbroers ziet, die nu in het buitenland de middelbare school volgen. Zijn zus woont daar ook met haar gezin. Zijn oudste broer woont dichtbij en die ziet hij regelmatig. Met zijn vader wil Ismael net zo’n goed contact hebben als met zijn moeder. Zijn vader is opnieuw getrouwd, maar zijn nieuwe vrouw belemmert jammer genoeg een goed contact tussen vader en zoon.

Welke praktische problemen kom je tegen?
Veel mensen hebben beloftes gedaan die niet waargemaakt zijn. Ik heb daarom alles zelf opgelost. Nu zijn er de normale ups en downs die elk gezin ervaart met een puber in huis.

Hoe gaan je kinderen om met het pleegkind?
Mijn kinderen zien Ismael als hun kleine broertje, die af en toe heel opstandig kan zijn. Ze kennen hem al vanaf zijn geboorte. We gaan met z’n allen op bezoek bij oma. Voor mij zijn alle kinderen gelijk. Gelukkig delen mijn kinderen die mening ook.

Zijn er momenten waarop je denkt: hier had ik nooit aan moeten beginnen?
Ja en nee. Ik ben me heel erg gaan hechten aan Ismael. Ergens wil ik dat niet, omdat ik hem hevig zal missen als hij de deur uit gaat. Hoe moet ik dan de dag doorkomen? Het hechten aan Ismael geeft ook veel voldoening. Ik voel me vader en moeder tegelijk. Ik moet wel van Ismael houden, ik kan niet anders.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doe ik het voor!
Ondanks alle ups en downs gaat het de goede kant op met Ismael. Daar doe ik het voor.


Tags: ,