Nazorg bij uithuisplaatsing

Auteur: Antoinette van Wijngaarden  

De redactie benaderde een aantal pleegzorginstellingen en individuele pleegzorgbegeleiders met de vraag of zij ouders en pleegouders nazorg bieden.

Ouderbegeleiding ligt steeds meer op het terrein van pleegzorg, maar is nog vrij nieuw voor de instellingen. Nynke Stoker van Jeugdzorg Drenthe bevestigt dat ouders bij uithuisplaatsingen een rouwproces doormaken. “Zij nemen afscheid van hun kind, van hun rol als opvoeders en moeten een andere vorm zien te geven aan hun ouderrol.

Pleegzorgwerkers zijn goed op de hoogte van rouwverwerking en de bijbehorende fases. Ouders worden in Drenthe nu nog begeleid door de casemanager en/of de voogd.” Ook in Midden-Brabant zoekt men nog hoe ze de begeleiding van ouders vorm moeten geven. “Bureau Jeugdzorg kan een indicatie afgeven voor extra ouderbegeleiding door een ambulant hulpverlener”, vertelt Jeanet de Pee van Kompaan. “De pleegzorgwerker is zijdelings betrokken, maar kan ook een rol spelen bij deze begeleiding.”

De instellingen die wij spraken, Jeugdzorg Drenthe, Kompaan en Trias Jeugdhulp Pleegzorg, bieden pleegouders standaard begeleiding aan na een afgebroken plaatsing. De Pee: “Niet veel pleegouders maken hier gebruik van. Is er wel behoefte aan, dan kan de pleegzorgwerker een of twee keer langs­komen. Eventueel wordt de nazorg verlengd, maar hier moeten extra uren voor vrijgemaakt worden.” Kompaan gebruikt de in de STAP-map genoemde stadia van rouw als leidraad.

Doorverwijzen naar therapie na beëindiging van een plaatsing is uitzonderlijk. Tine Leeuwenkamp van Trias Jeugdhulp Pleegzorg maakte dit jaren geleden eens mee: “Deze pleegvader zat al moeilijk, omdat hij werkloos was. Toen het pleegkind, waaraan hij zeer gehecht was, weg moest, reageerde hij heel heftig. Een andere situatie is het, als pleegouders met boosheid achterblijven. Als gesprekken niet helpen, organiseren we een nabespreking met alle betrokkenen. De pleegouders kunnen dan hun boosheid uiten.” Nazorg wordt direct na beëindiging van de plaatsing aangeboden. Dit kan een reden zijn dat weinig pleegouders hier gebruik van maken. Het is te vroeg. Leeuwen­kamp: “De begeleider kan na een aantal maanden bellen of een afspraak maken. Dat moet je zelf aanvoelen.”

We vroegen twee pleegzorgbegeiders naar hun ervaringen (1). Hebben zij tijd om ouders en pleegouders te begeleiden in hun verlies?

“Jazeker,” antwoordt Eduard spontaan. “Eigen tijd.” Franka schuift met tijd: “Je hebt anderhalf uur per week per kind. In sommige gevallen heb je die tijd niet altijd nodig. Die gebruik je dan om elders zorg te leveren.” Eduard: “Ouderbegeleiding moet mijns inziens direct na de uithuisplaatsing plaatsvinden. Dan zoeken ouders een nieuw evenwicht en daarbij kunnen ze mijn begeleiding misschien goed gebruiken. Juist dan kom je tijd te kort. Je moet de pleegouders en het kind begeleiden, een begeleidingsplan schrijven, doelen formuleren en het pleegoudercontract opstellen.”

Franka: “Nazorg bij pleegouders? Ik wip wel eens langs als ik in de buurt ben. Wat opvalt is dat pleegouders zelf zelden bellen. In sommige gevallen probeer ik eens in de drie maanden mijn gezicht te laten zien. Dat lukt niet altijd. Jammer, want het zou de pleegzorg zeker goed doen.” •

(1) Beide pleegzorgbegeleiders werken bij verschillende instellingen, die niet de bovengenoemde zijn.


Tags: , ,