Tijd om knopen door te hakken

In congresgebouw De Doelen in Rotterdam vond op 30 november het Pleegzorgsymposium plaats, georganiseerd door Pleegzorg Nederland en de MOgroep. Tijdens de dag werd er gekeken hoe het er vijf jaar na Trillium in de pleegzorg uitziet. Duidelijk werd dat de neuzen in elk geval dezelfde kant opstaan. Zowel pleegouders als beroepskrachten uit de pleegzorg en van Bureau Jeugdzorg willen het kind centraal stellen en ervoor zorgen dat de situatie voor het kind optimaal is. Geen heftige discussies over de manier waarop: iedereen was het er over eens dat het contact met ouders van belang is en dat het kind zich moet kunnen hechten aan de pleegouders. Ook kwam tijdens deze dag naar voren dat er met name rondom de opvoedingsvariant nog wel het een en ander mag veranderen.

De dag werd bezocht door 550 belangstellenden. Ongeveer een vijfde deel hiervan was pleegouder. De dag werd ingeleid met enkele statements. Een gedragswetenschapper, een juriste, een directeur, een pleegmoeder, een pleegkind en een moeder vertelden kort waarom pleegzorg voor hen belangrijk is. Vooral de verhalen van het kind en van de moeder raakten het publiek. Er werd luid geapplaudisseerd voor de moed waarmee zij hun persoonlijke verhaal vertelden.

Pleidooi voor keuzes maken

Petra Bastiaensen is gedragswetenschapper bij De Zuidwester in West-Brabant. Haar statement ging over keuzes maken. Een kind dient zo normaal mogelijk op te groeien en is niet gebaat bij onduidelijkheid over zijn situatie. Kortdurend duurt daarom vaak al te lang. Op een gegeven moment is het voor alle partijen beter dat er een keuze gemaakt wordt. Ook pleitte Bastiaensen voor meer wetenschappelijk onderzoek dat door de praktijk ondersteund wordt. Ook juriste Lies Punselie vindt dat er nog te veel onduidelijkheid is.

Perspectiefbiedende pleegzorg heeft nog niet altijd duidelijke kaders. Als een kind is ingegroeid in een pleeggezin moet er een wettelijk kader zijn om dit juridisch te bevestigen. Hier noemde Punselie het voorbeeld van een inmiddels 40-jarig pleegkind waarvan een van de pleegouders dementeert. Dit pleegkind wil graag een rol spelen bij de verzorging en het nemen van besluiten. De kinderen van de pleegouders zijn het daar mee eens, maar deze persoon wil graag wettelijk erkend worden, zonder dat er direct sprake is van adoptie.

Kiezen, kiezen, kiezen

De deelnemers aan het symposium konden zich vooraf opgeven voor diverse workshops. Men kon onder andere kiezen voor onderwerpen als ‘digitale hulpverlening’, ‘pleegzorg en privacy’, ‘pleegzorg voor moslims’, ‘perspectief in pleegzorg’ en ‘viergesprekken in de pleegzorg’.

Aan het einde van de dag was er weer een bijeenkomst met alle deelnemers samen. Professor Carol van Nijnatten van de Universiteit Utrecht, tevens pleegvader, hield een toespraak over Trillium waarin ook hij hamerde op het maken van keuzes bij de opvoedingsvariant. Daarbij noemde hij het voorbeeld van een kind dat de hand van vader en van pleegvader vasthad. Dat beeld kun je uitleggen als loyaliteitsconflict, maar je kunt ook zeggen dat het een gezonde manier is om alles bij elkaar te houden. Een kind heeft recht op de waarheid. Van Nijnatten eindigde met de oproep om binnen een week eens een echt gesprek te hebben met een pleegkind.

Theatergroep Improject sloot de dag af met hilarische en confronterende sketches. Deze bevestigden alle vooroordelen over het pleegzorgwerk, maar toonden ook mogelijkheden om het anders te gaan doen.  Workshop ‘Grootouders in de pleegzorg: een energieke doelgroep’ Deze workshop werd gegeven door Angelika Gessner en Truus Vriend van Spirit, Amsterdam. In Amsterdam zijn veel grootouders pleegouders. Het zijn vooral families uit het Caribische gebied. Eén ding hebben zij gemeen: ze willen hun kind niet afvallen, maar het kleinkind mag niet de dupe worden. De pleeggrootouders hebben een lange adem en 200% inzet. Zij verdienen adequate ondersteuning. Daarom is er een hand­leiding voor de begeleiding van pleeggrootouders geschreven vanuit de praktijk in Amsterdam. De grootouder wordt opvoeder en die situatie veroorzaakt dilemma’s. De grootouders willen de positie van de ouders bewaken en voorkomen dat hun kleinkind in dezelfde situatie belandt. Het is belangrijk om de grootouders met respect tegemoet te treden.

Na deze inleiding werd er gediscussieerd over een aantal stellingen. De discussie verliep moeizaam door het grote aantal belangstellenden, wat aangeeft hoe belangrijk deze groep pleegouders is. Tenslotte kwamen er namens de belangenvereniging ‘Landelijke Pleeggrootoudergroep’ twee grootouders aan het woord, Joop Houtzager en Daisy Middelburg. De groep bestaat een jaar en heeft 180 leden. Collegio, Spirit, Horizon en de NVP werken samen met Daisy en Joop aan het bekendmaken en ontplooien van initiatieven voor deze opvoeders. Zo werd het project ‘Opapa’s en omama’s’ tweede bij de Nationale Zorgvernieuwingsprijzen 2006 van ZONMW en het VSB fonds.

Workshop ‘Eigen kracht in de pleegzorg’

Hedda van Lieshout legde met een heldere PowerPoint presentatie uit wat Eigen Kracht kan betekenen voor de pleegzorg:
•Een betrokkene van het kind meldt zich aan bij de Eigen Kracht Centrale.
• De Eigen Kracht Centrale benoemt een onafhankelijke coördinator.
• De coördinator verzamelt alle mensen die iets betekenen voor dit gezin.
• Op neutraal terrein wordt een conferentie belegd.
• Alle deelnemers aan de conferentie zitten in een cirkel.
• Zo heeft iedereen dezelfde positie.
•De coördinator legt het probleem in het midden en trekt zich terug.
•In het besloten gedeelte overleggen alle betrokkenen mogelijke oplossingen en de weg daar naar toe.
•Als zij er uit zijn, wordt de coördinator er weer bij geroepen en presenteert de familie het plan.
• Daarna volgt de uitvoering en is de taak van de coördinator beëindigd.
•Hij belt alleen nog na drie maanden of het plan is uitgevoerd en welk resultaat het heeft.

Een Eigen Kracht-conferentie kan voor elke situatie waarin een besluit moet worden genomen, worden ingezet. Een voor de hand liggend moment om een conferentie in te zetten, is de periode voor een uithuisplaatsing. Misschien heeft de familie zelf mogelijkheden om het probleem op te lossen en komt het tot een netwerkplaatsing. Familie en bekenden kunnen helpen bij het accepteren en omgaan met deze situatie. Pleegouders en kind kunnen dan met elkaar een band opbouwen, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de familieband. Er worden concrete afspraken gemaakt: helderheid voor alle betrokkenen. Wilt u meer weten? www.eigen-kracht.nl.

Workshop

‘Kleurrijke pleegzorg’

De meeste pleegouders zijn wit, maar veel pleegkinderen zijn dat niet. Voor hen kan het soms prettig zijn om binnen de eigen cultuur op te groeien. Maar hoe werf je bijvoorbeeld moslimpleegouders? Het is een vraag waar veel pleegzorginstellingen mee worstelen. Oorzaken zijn vaak bekend, maar oplossingen zijn niet voor handen. Zaed Nurin, pleegzorgbegeleider bij Oosterpoort in Oss, heeft de gouden oplossing gevonden. Voor zijn studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening was het dilemma onderwerp van zijn afstudeerproject. Samen met een aantal medestudenten ontwikkelde Nurin een methodiek om niet-westerse pleeggezinnen te werven.

Een van de belangrijkste punten van de methodiek is het vinden van sleutelfiguren. Bij het zoeken naar een pleeggezin kun je bijvoorbeeld iemand van een moskee, een leraar, een gemeenteraadslid of iemand anders die status of aanzien heeft binnen een gemeenschap, vragen om te bemiddelen of om te helpen. Bij veel gezinnen heerst er een grote angst voor instanties. Als een instelling zich daarvan bewust is en de mensen persoonlijk benadert, scheelt dat al heel veel. Een mogelijkheid om die beeldvorming te veranderen is het doen van kleine klusjes voor zo’n gezin. Bijvoorbeeld helpen met het vertalen van een brief. Hiermee wordt vertrouwen opgebouwd. Omdat pleegzorg in moslimkringen vrij onbekend is, is het verstandig om te beginnen met weekendpleegzorg. Als een pleegzorgplaatsing goed verloopt, is er een grote kans op een sneeuwbaleffect en dus op nieuwe aanmeldingen van toekomstige pleeggezinnen.

De workshop ging helaas te snel voorbij om echt een goed beeld te krijgen van de methodiek. Alle deelnemers waren enthousiast, maar hadden ook behoefte aan meer informatie. Misschien een idee voor instellingen om Zaed Nurin uit te nodigen om een training te geven aan hun personeel.

Debat ‘Tussen droom en daad…’

Het debat ‘Tussen droom en daad…’ had een pittige discussie kunnen worden over de visie van Trillium en de weerbarstige praktijk. Deelnemers waren hoogleraar opvoedingsondersteuning aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) Jo Hermanns, pleegzorgwoordvoerder Ans van de Maat van Pleegzorg Nederland, juriste Mariëlle Bruning, behandelcoördinator opvoedingsvariant bij Ooster­poort Gé Haans, NVP-voorzitter Tanja Ineke en Harry van de Bosch van de MOgroep.

Toen de deelnemers zichzelf introduceerden, werden er wat verschillende meningen neergezet. Gaandeweg het debat was vooral Jo Hermanns aan het woord. Hij spoorde de pleegzorg aan om keuzes te maken en om stappen te zetten: niet wachten op wetgeving, gewoon doen. Wetgeving volgt de praktijk in plaats van andersom.

Opvallend was dat men het in grote lijnen vooral met elkaar eens was. ‘Verbinden, in plaats van polariseren’, had Gé Haans zichzelf voorgenomen en dat was precies wat er gebeurde. Af en toe een rimpeling maar die werd direct gladgestreken, want het kind staat centraal. Net als de andere debaters, kon ook de zaal op de woorden van Jo Hermanns reageren. Wellicht was het nog interessanter geweest als er in plaats van een debat een vraaggesprek met Jo Hermanns had plaatsgevonden, waarbij de zaal vragen kon stellen.


Tags: ,