Kamertraining: “Ik ben behoorlijk zelfstandig geworden”

Ella woont op kamers, met kamertraining. De huiskamer, de keuken en het sanitair deelt Ella met vijf andere jongeren. Zes dagen per week, rond etenstijd is er leiding aanwezig. Ella heeft een mentor die haar helpt met de dingen waar ze tegenaan loopt. In het weekend is ze bij haar pleegouders.

Een keer per maand is er bewonersoverleg. We bespreken allerlei belangrijke zaken, waaronder ergernissen als niet opruimen en harde muziek. Elke week krijgen we geld voor eten en drinken, voor verzorgingszaken en kleding. Wekelijks werk je met je mentor het kasboek bij. Er wordt ook voor ons gespaard. Ik heb een bijbaantje en dat inkomen mag ik zelf houden. Officieel mag ik hier wonen tot mijn achttiende. Ik hoop op verlenging van een half jaar, zodat ik eerst een stage kan regelen en daarna woonruimte kan zoeken.

Ik heb zoveel aan mijn hoofd dat ik niet alles tegelijk kan. Mijn mentor is nu twee weken met vakantie. Daar baal ik van. Het is fijn als mijn pleegouders helpen en gelukkig willen ze dat. Door het wonen in een tehuis en in pleeggezinnen ben ik behoorlijk zelfstandig geworden. Huishouden is geen probleem. Ik kan ook goed plannen. Ik mag zelf bepalen of ik mijn ouders wil zien. Voor mij hoeft het niet. Van mijn ouders wel. Daarom zoek ik hen een paar keer per jaar op, maar ik wil niet dat ze weten waar ik woon. Ik bel mijn voogd nu zelf om te vragen of ik een fiets mag kopen. Het duurt lang voordat ik antwoord krijg, maar als ik achttien ben, heb ik niet zomaar geld voor een nieuwe fiets.


Tags: , ,