TGV of behandelpleegzorg: Een oude dame in een nieuwe jas?

Auteurs: Marianne Panneman en Emily Groenewegen  

Mobiel vroeg zich af hoe het op dit moment gesteld is met de behandelpleegzorg in Nederland.
In sommige regio’s zijn er aparte TGV-instellingen, in andere regio’s is de vroegere TGV opgegaan als behandelpleegzorg in de reguliere instellingen. Redactieleden Marianne Panneman en Emily Groenewegen namen samen een kijkje bij hun eigen instellingen. Panneman is pleegouder bij TGV Amsterdam en Groenewegen is pleegzorgbegeleider bij Horizon pleegzorg in Zuid-Holland met behandelpleegzorg als specialisatie.

De TGV in Amsterdam is een onderdeel van de Bascule, academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie voor de regio Amsterdam en omstreken. De TGV werkt voor de regio’s Noord-Holland, Flevoland en de Agglomeratie Amsterdam. De TGV biedt psychiatrische behandeling in speciaal daartoe voorbereide pleeggezinnen aan kinderen die emotioneel beschadigd zijn of een grote ontwikkelingsachterstand hebben opgelopen. Ook heeft de TGV een consult- en adviesfunctie voor instellingen binnen de jeugdzorg en voor vragen op het gebied van pleegzorg en adoptie. Sinds 1 december is de TGV samengevoegd met de PGB (Psychiatrische Gezinsbehandeling). Samen vormen zij het Cluster Gezinnen, met daarbinnen de zorglijn TGV en de zorglijn PGB.

Behandelvariant Horizon

Horizon is een instelling in de provincie Zuid-Holland voor intramurale jeugdzorg en onderwijs. Hierin is de sector pleegzorg opgenomen. Er is aanbod van crisis-, weekend-, dag-, tijdelijke pleegzorg (hulpverleningsvariant) en van langdurende pleegzorg (opvoedingsvariant). De behandelvariant wordt ingezet voor pleegzorgsituaties die zo complex zijn dat extra ondersteuning nodig is.

Voorgeschiedenis

In 2001 zijn de stichtingen TGV opgeheven. De TGV-instellingen werden ingebed in het totale aanbod van de jeugdhulpverlening in alle provincies. Het was afhankelijk van de daar aanwezige voorzieningen hoe dit gestalte kreeg. Veel TGV-instellingen zijn opgegaan in de reguliere pleegzorg, waarbinnen een vorm van therapeutische gezinsverpleging bleef bestaan als behandelvariant. Andere instellingen vonden aansluiting binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie of orthopsychiatrie en bleven als TGV voortbestaan, zoals in Amsterdam, West-Brabant en Drenthe.

Het TGV-gedachtegoed

De TGV-werkwijze bestaat al 50 jaar. De voorzieningen voor pleegzorg bestaan ruim 10 jaar. Veel kennis die door de TGV is ontwikkeld, is inmiddels gemeengoed geworden binnen de reguliere pleegzorg. Het betreft enerzijds de kennis van de ontwikkeling van kinderen en de gevolgen van ernstige verwaarlozing, seksueel misbruik en andere traumatisering. Daarnaast heeft de TGV ruime ervaring opgedaan met het voorbereiden van pleegouders en de matching van kind en pleeggezin. De TGV heeft hard meegewerkt aan het verspreiden van deze kennis. Van oudsher heeft de TGV zich sterk gemaakt voor het creëren van een duidelijk perspectief voor kinderen in pleeggezinnen die niet bij hun ouders kunnen opgroeien.

Bij Horizon is het TGV-gedachtegoed inmiddels breed geaccepteerd in de organisatie. Door deze ontwikkelingen lijkt het onderscheid tussen de TGV-werkwijze en die van pleegzorg in het kader van behandeling steeds kleiner te worden.

De werkwijze van de TGV Amsterdam

De TGV in Amsterdam werkt met een multidisciplinair team waarin een kinderpsychiater, een systeemtherapeut, een ontwikkelingspsycholoog en een maatschappelijk werker zitten. Door de deskundigheid op verschillende terreinen wordt de problematiek van het kind van alle kanten bekeken en kan een afgewogen behandelplan worden opgesteld. Elk half jaar wordt met dit team, de ouders, de pleegouders, de plaatser/voogd en even­tueel de leerkracht de situatie en de ontwikkeling van het kind besproken en worden er nieuwe doelen geformuleerd en afspraken gemaakt.

De behandeling van het kind vindt primair plaats in het pleeggezin, ondersteund door de maatschappelijk werker van de TGV. Waar nodig wordt hulp buiten het gezin georganiseerd, bijvoorbeeld in de vorm van therapie of dagbehandeling, die dan vaak weer binnen de Bascule kan worden aangeboden. Naast pleegzorg vervult de TGV als onderdeel van de Bascule een belangrijke consult- en adviesfunctie voor de reguliere pleegzorg en jeugdzorg in de regio en biedt ze diagnostische opname, begeleiding en behandeling aan.

Bij Horizon in Zuid-Holland wordt de behandelvariant uitgevoerd door ervaren  pleegzorgbegeleiders, die tijdens het hele proces begeleid worden door een gedragsdeskundige. Bij de behandelvariant hebben begeleiders meer tijd voor de ondersteuning van pleeggezin, netwerk, ouders en school dan de begeleiders in de reguliere pleegzorg. Het halfjaarlijkse zorgteam staat onder leiding van de gedragsdeskundige. Persoonlijkheids­onderzoek en een consult bij de kinderpsychiater zijn beschikbaar voor alle vormen van pleegzorg.
Zowel in Amsterdam als bij Horizon zijn de pleegzorgbegeleiders geschoold in systemisch werken. Dit betekent dat niet alleen wordt gekeken naar het kind, maar ook naar zijn omgeving (het systeem). Dus betrekken beide instellingen de ouders bij de ontwikkeling van het kind. Ouders worden uitgenodigd voor belangrijke besprekingen en de pleegzorgbegeleiders onderhouden contact met hen.

Werving van pleegouders voor de behandelvariant is moeizaam De werving van pleegouders is voor zowel de TGV als voor Horizon een probleem. In Amsterdam staan veel kinderen op de wachtlijst voor langdurige en tijdelijke plaatsingen. Er zijn te weinig pleeggezinnen die ervoor kiezen om een kind groot te brengen, de zogenoemde perspectiefbiedende pleeggezinplaatsingen, in het kader van de TGV.

Hierdoor kan slechts een klein deel van de kinderen geplaatst worden. Dit brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit van de matching. De werving van pleegouders vindt plaats via de voorzieningen, maar nieuwe pleegouders ‘kiezen’ bijna allemaal voor de tijdelijke variant (hulpverleningsvariant) binnen pleegzorg. Vandaar dat de TGV in Amsterdam onlangs zelf een campagne is gestart om pleegouders te werven en zogenaamde ‘opvoedouders’.

Bij Horizon worden de pleegouders centraal geworven, opgeleid en gescreend. Bijplaatsingen worden door dezelfde afdeling gematched. Ook bij Horizon kiezen beginnende pleegouders meestal niet voor de behandelvariant. Zowel Horizon als TGV Amsterdam kennen veel overnamezaken vanuit de reguliere pleegzorg. Dit betekent dat de opvoed- of ontwikkelingsproblemen dusdanig zijn dat behandeling gewenst is. Pleegouders worden dan voor bepaalde tijd TGV-pleegouder en keren daarna weer terug naar de reguliere pleegzorg.

Ontwikkelingen

TGV in Amsterdam is per 1 december samengevoegd met de Psychiatrische Gezinsbehandeling (PGB), ook een onderdeel van de Bascule. Naast hun huidige hulpaanbod ontwikkelen ze samen een programma voor multi-probleemgezinnen, waarmee een keten van zorg wordt geboden: behandeling van ouders en kind, tijdelijke plaatsing in een TGV-opvoedgezin en wanneer terugplaatsing naar huis hierna niet mogelijk blijkt, definitieve plaatsing in een TGV-perspectiefbiedend pleeggezin.

Voor de tijdelijke plaatsingen worden opvoedouders gezocht die gaan werken volgens het uit Amerika geïmporteerde ‘evidence-based’  (1) behandelprogramma MTFC-P (= multidimensional treatment foster care) (2). Deze opvoedouders zorgen ongeveer een jaar intensief voor een jong kind (tussen 2 en 7 jaar) met ernstige gedragsproblemen.

De nadruk ligt op het positief bekrachtigen van gedragsverandering en het emotioneel weerbaar maken van het kind. In dat jaar wordt het perspectief van het kind duidelijk. De opvoedouders worden intensief begeleid, er vindt ondermeer een keer per week een overleg plaats met andere opvoedouders. Om met deze vorm van hulpverlening te kunnen starten is echter eerst een team van tien tot twaalf pleegouders nodig die elkaar wekelijks ondersteunen. De TGV is in gesprek met de overheid om een vorm van betaalde pleegzorg voor deze opvoedouders te realiseren.

Bij Horizon wil men de werkwijze van de behandelvariant, de extra ondersteuning en observatie, ook inzetten voor crisispleegzorg om te bewerkstelligen dat kinderen veel sneller op de juiste plek terecht komen. Vanuit de intramurale zorg (tehuizen) wordt er in projectgezinnen geïnvesteerd. Dit zijn grote gezinnen met professionele werkers (bijvoorbeeld groepsleiders of onderwijzers) als pleegouders voor kinderen uit internaten die het beste gedijen in een gestructureerde en niet te intieme gezinssituatie.

Een andere ontwikkeling is dat voor alle varianten van pleegzorg Video Interactie Begeleiding en Sherborne bewegingspedagogiek (3) inzetbaar zijn. Steeds meer pleegzorgbegeleiders scholen zich in deze methodieken.

Voordelen en nadelen

In beide instellingen zijn de bege­leiders behoorlijk tevreden over hoe de behandelpleegzorg bij hen georganiseerd is. Bij Horizon zien ze als belangrijkste voordelen van de huidige situatie dat de afstand tussen de reguliere pleegzorg en behandelvariant klein is, dat de kinderpsychiater voor alle vormen van pleegzorg beschikbaar is en dat er meer aandacht is voor de professionalisering van alle pleegzorgbegeleiders. Nadelen zijn het ontbreken van vanzelfsprekende samenwerking met de kinder- en jeugdpsychiatrie in de regio, de overbelasting en/of hoge werkdruk van de gedragsdeskundige (24 uur per week) en kinderpsychiater (8 uur per week) en soms het ont­breken van een multidisciplinair team.

Rudi Bruggemans, de kinderpsychiater, zegt over dit laatste: “Ik mis soms bij de moeilijkste pleegkinderen, bij pleegouders die veel ondersteuning nodig hebben en bij de ingewikkeldste gezinssystemen het langdurig en nauwgezet samenwerken in een multidisciplinair team, zoals vroeger gewoon was bij de TGV. Dit is nu lastiger te organiseren. Voordeel van het huidige systeem is echter dat meer kinderen, ook uit de reguliere pleegzorg, bij mij terecht kunnen. Ook kan ik meer kinderen dan vroeger zien in dezelfde tijd, doordat ik geen taken meer heb die ook door pleegzorgbegeleiders of gedrags­wetenschappers gedaan kunnen worden”.

De TGV ziet als groot voordeel dat zij door haar positie binnen de kinderpsychiatrie en door haar werkwijze een belangrijke toegevoegde waarde kan hebben voor de reguliere pleegzorg en jeugdzorg.  •

(1) Op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd.
(2) Zie ook Mobiel nr 1, 2006, pagina 25 ‘Hoe zit dat’
(3) Zie ook Mobiel nr 3, 2006, pagina 18


Tags: ,