De vreemdelingenwet en een pleegkind dat achttien jaar wordt

Het thema van deze Mobiel is pleegkinderen die achttien jaar worden. Wat betekent volwassen worden voor pleegkinderen met een verblijfsvergunning?

De hoofdregel is dat het bereiken van de meerderjarigheid in principe geen invloed heeft op de verblijfsvergunning. Hierop gelden twee uitzonderingen:

1. indien de vluchteling bij binnenkomst in Nederland ouder is dan vijftien en niet voor toelating op asielgronden in aanmerking komt, maar ook niet teruggestuurd kan worden omdat er bijvoorbeeld geen adequate opvang is in het land van herkomst.
2. indien de verblijfsvergunning is afgegeven onder de beperking ‘verblijf bij de pleegouders’.

Ad. 1.:
Jongeren die bij binnenkomst vijftien jaar of ouder zijn, verliezen op hun achttiende van rechtswege hun verblijfsvergunning en dienen Nederland te verlaten.

Ad 2.:
Door het bereiken van de achttienjarige leeftijd van het pleegkind is er geen juridische grond meer voor deze beperking en dus geen reden meer voor deze verblijfsvergunning. Dit betekent niet dat er onder het tweede voorbeeld geen andere verblijfsvergunning mogelijk zou zijn. In dit artikel worden de verschillende soorten verblijfsvergunning behandeld. Eerst volgt een uitleg over de begrippen.

Begrippen: vreemdeling en vluchteling

Een vreemdeling is iemand die in Nederland verblijft en niet de Neder­landse nationaliteit heeft. Een vreemdeling kan rechtmatig of illegaal in Nederland verblijven. Rechtmatig betekent met toestemming van de Nederlandse overheid, bijvoorbeeld om de verblijfsrechtelijke procedure die de vreemdeling voert, hier af te wachten. Een vreemdeling is illegaal wanneer deze toestemming er niet is. Er is dan geen rechtmatig verblijf.

Een vluchteling is een asielzoeker als van hem is vastgesteld dat hij ‘gegronde redenen’ heeft om in zijn land van herkomst te vrezen voor vervolging vanwege: ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging en/of het behoren tot een bepaalde sociale groep.

Twee soorten vergunningen

De vreemdelingenwet maakt onderscheid tussen twee verblijfsvergunningen: de verblijfsvergunning asiel (vluchteling) en de verblijfsvergunning regulier (vreemdeling). Zowel de verblijfsvergunning asiel als de verblijfsvergunning regulier kunnen voor bepaalde of onbepaalde tijd worden verleend.

Verblijfsvergunning asiel

Aan een asielzoeker wordt een verblijfvergunning asiel (vtv-asiel) voor bepaalde tijd verleend. Tot 1 september 2004 was de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel drie jaar. Met ingang van 1 september 2004 is de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van drie jaar verlengd tot vijf jaar. De vergunning wordt verleend voor een periode van een jaar, waarna de vergunning op verzoek vier maal met een jaar kan worden verlengd. De vluchteling kan na verloop van deze vijf jaar in aan­merking komen voor een vtv-asiel voor onbepaalde tijd, mits er nog reden is voor bescherming. Op asielaanvragen gedaan voor 1 september 2004 blijft de drie-jaartermijn van toepassing.

Verblijfsvergunning regulier (vreemdeling, niet zijnde vluchteling)

De verblijfsvergunning regulier (vtv-regulier) is een vergunning die onder een beperking wordt verleend, bijvoorbeeld onder beperking ‘gezinshereniging’, ‘alleenstaande minder­jarige vreemdeling’ of ‘verblijf in een pleeggezin’. De looptijd van de vtv-regulier is vijf jaar. Na die vijf jaar kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een vtv-regulier onbepaalde tijd, mits hij voldoende middelen van bestaan heeft. Heeft hij die niet, en dat is het geval bij minderjarige vreemdelingen, dan kan pas na tien jaar verzocht worden om een vtv-regulier onbepaalde tijd. Wel kan na vijf jaar verzocht worden om een vtv onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Deze verblijfsvergunning geeft een definitiever vorm van verblijf en aan deze verblijfsvergunning zijn meer rechten verbonden.

Uitzondering hierop is de minderjarige vreemdeling die drie jaar in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘alleenstaande minderjarige vreemdeling’; deze minderjarige komt na drie jaar al in aanmerking voor voortgezet verblijf.
Uitzondering hierop is tevens de minderjarige die in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf in een pleeggezin’, en in een Nederlands pleeggezin verblijft, hij komt al na een jaar in aanmerking voor voortgezet verblijf.

Als de houder van de vtv-regulier niet meer aan de beperking voldoet waaronder de vergunning is verleend, kan de vergunning worden ingetrokken of niet verlengd worden.

Met dank aan Yvon Zwetsloot, juridisch medewerker Nidos.

Tip: Bij vragen over de vreemdeling­rechtelijke positie van uw pleegkind, kan deze via de juridisch medewerker van Bureau Jeugdzorg worden voor­gelegd aan de juridische afdeling van Nidos. •

Mariska Kramer is advocaat bij Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering en advocaat bij Dorhout-advocaten te Soest.


Tags: ,