Een pleeggezin dat door de TGV wordt begeleid

Auteur: Marianne Panneman

Jet en Anna wonen met hun twee pleegdochters in de Randstad. Eén keer per maand is Daan er ook, een afgebroken plaatsing die tot een blijvend contact heeft geleid. De drie kinderen zijn door de TGV (1) geplaatst.

Wat is de samenstelling van het gezin?

Moeder Jet (44) werkt als manager in de sociale zekerheidssector, moeder Anna (40) heeft een eigen bedrijf. Pleegdochter Elsa (17) doet de MBO-opleiding dierenverzorging en pleegdochter Suzan (9) volgt speciaal basisonderwijs. Elsa woont acht jaar in het pleeggezin en Suzan twee jaar. Een dag per maand maakt pleegzoon Daan (11) deel uit van het gezin. Hij heeft een paar jaar geleden een periode bij Jet en Anna gewoond en woont nu in een leefgroep waar het goed met hem gaat.

Hoe kwamen jullie ertoe om pleegouders te worden?

We wilden graag samen voor kinderen zorgen en dat hoefden niet persé ‘eigen’ kinderen te zijn. Toen we via een campagne in aanraking kwamen met pleegzorg, wisten we meteen dat dit iets voor ons was. We zijn gestart als weekendpleeggezin. In deze periode groeide onze behoefte om ook ‘fulltime’ kinderen in ons gezin op te nemen. De pleegzorginstelling attendeerde ons toen op de TGV omdat men dacht dat dit goed bij ons zou passen. Dit bleek ook zo te zijn.

Hoe reageerde jullie omgeving en familie op het pleegouderschap?

Onze familie heeft ons vanaf het begin gesteund, hoewel er, zeker bij onze ouders, ook wel sprake was van reserves en bezorgdheid: “Zou je dat nou wel doen, wie weet wat je je op de hals haalt.” Ze zijn nu dol op hun twee kleindochters. Onze vrienden waren en zijn enthousiast en geïnteresseerd.

Hoe ziet jullie begeleiding eruit en voorziet die in de behoefte?

We hebben een goed contact met de TGV-pleegzorgwerker van Suzan. Ze is een goede gesprekspartner en adviseur en regelt ook in praktische zin wat nodig is. Elsa is twee jaar geleden van de TGV overgegaan naar de reguliere pleegzorg. Hier zagen we aanvankelijk tegenop, maar gelukkig is het meegevallen. De overstap is goed begeleid. We zien deze pleegzorgwerker minder vaak, maar ze is er als we haar nodig hebben. Verder hebben we al met een aantal voogden te maken gehad. Met één voogd hadden wij én Elsa heel goed contact. Zij was actief en betrokken en heeft veel gerealiseerd. Het is bijzonder wat dat ‘ietsje meer’ kan betekenen.

De plaatsing van Daan was vanaf de start moeilijk; de geboden begeleiding vanuit de TGV was hard nodig. Verder konden we terugvallen op de groepsleiders van de psychiatrische leefgroep waar hij vandaan kwam. Toen de plaatsing onze en Daans draagkracht begon te overstijgen, voelden we ons niet altijd gesteund. Vooral toen – terwijl onze grenzen eigenlijk al bereikt waren – er druk op ons werd uitgeoefend om door te gaan en een andere methode te proberen.

We hebben geleerd dat wanneer een plaatsing moeilijk wordt, de belangen van pleegzorginstelling en pleeg­gezin uit elkaar kunnen gaan lopen. Dan moet je als pleeggezin voor jezelf opkomen. Achteraf hebben we dit kunnen uitpraten met alle betrokkenen, wat de verwerking ten goede kwam en ook heeft gemaakt dat we na een jaar ‘rust’ toch al weer een nieuwe plaatsing aandurfden.

Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?

Elsa en Suzan hebben allebei geen contact met hun vader. De moeder en twee (half)zusjes van Elsa, die aan de andere kant van het land wonen, komen eens per zes weken op bezoek. Twee keer per jaar zoeken we Elsa’s moeder op. Suzans moeder komt eens in de twee maanden met haar vriend, die Suzan al kent sinds ze één is en die ze papa noemt. Ook hebben ze allebei nog een opa en oma die ze af en toe zien.

Hoe gaan de twee meisjes met elkaar om?

Ze kunnen het goed met elkaar vinden. Suzan is trots op haar ‘grote zus’ en Elsa geniet van deze rol. Doordat de afstand in leeftijd groot is, hoeven ze niet zo veel met elkaar. Ze hebben hun eigen bezigheden en er is weinig concurrentie. Dat is voor beiden rustig en veilig.

Zijn er momenten waarop jullie dachten: hier hadden we nooit aan moeten beginnen?

Nee. We zijn erg blij met de kinderen, hoewel we, nu Elsa in de puberteit zit, wel eens verzuchten “hoe lang duurt dit nog?”.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen wij het voor!

Toen Suzan na drie dagen schoolkamp thuis kwam en zei “ik heb jullie erg gemist”. •

(1) Therapeutische Gezinsverpleging is een gespecialiseerde vorm van hulpverlening. Kinderen met onder meer een verstoorde emotionele ontwikkeling worden in een pleeggezin geplaatst, waarbij aan de pleegouders intensieve begeleiding wordt geboden en waarbij aan het pleegkind therapeutische hulp wordt geboden.


Tags: ,