Ouderbegeleiding in de pleegzorg

Auteur: Femke Sloot  

Werken met ouders valt voor ambulant hulpverlener pleegzorg Femke Sloot onder één noemer met werken met pleegouders en -kinderen. Ouders en kinderen zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar. Weten wie je ouders zijn, is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. In onderstaand verhaal maakt Sloot dit belang voor de hulpverlening duidelijker.

In november 2005 neem ik de begeleiding van het systeem rond Anne op me. Anne is een kleine meid van zes maanden. Ze woont sinds een maand in een pleeggezin. Anne is geboren in het ziekenhuis, waar haar moeder onder strenge controle stond in verband met drugsverslaving. Moeder heeft tot aan de negende maand geen drugs gebruikt, daarna werd de verleiding te groot. Gelukkig kwam Anne gezond en niet verslaafd ter wereld. Vader is sinds drie jaar ‘clean’, maar onder andere door zijn relatie met moeder is hij niet stabiel genoeg om voor Anne te kunnen zorgen.

Het traject waarin ik start, is een hulpverleningsvariant. Het is mijn taak uit te zoeken wat het perspectief voor Anne en haar ouders is. Als ik in dit systeem kom, is moeder spoorloos. Ook vader, die met haar samenwoonde, weet niet waar ze is. Wegens gebrek aan capaciteit heeft het even geduurd voordat de begeleiding werd gestart en hebben de pleegouders en vader zelf een bezoekregeling afgesproken. Vader komt drie keer per week langs. Dit vraagt van de betrokkenen veel energie. Tijdens het startgesprek wordt besloten het voorlopig zo te houden, omdat iedereen vindt dat dit zowel voor vader als dochter belangrijk is. Vader knokt zichtbaar voor Anne. Hij gaat met haar wandelen, naar het consultatiebureau en het ziekenhuis.

Onmacht

In december 2005 belt pleegmoeder: moeder is gesignaleerd. Als ik vader hier naar vraag, antwoordt hij aarzelend dat zij weer bij hem is ingetrokken. Ik vind het belangrijk dat er een bezoekregeling komt, omdat Anne haar moeder maanden niet heeft gezien. Na een gesprek met Bureau Jeugdzorg wordt besloten dat de bezoeken van vader zich voortaan in huis bij de pleegouders moeten afspelen.
We willen voorkomen dat Anne een nare ervaring opdoet wanneer zij haar moeder op straat zou ontmoeten terwijl zij onder invloed is. Voor vader is deze stap terug onbegrijpelijk. Het is mijn taak om hem hierin te begeleiden. Een lastige taak, want de onmacht waarmee vader kampt, is begrijpelijk. Kiest hij voor moeder dan is de kans dat hij de zorg over zijn dochter krijgt, bekeken. Ik leg uit en probeer te zorgen dat vader en moeder de keuzes die gemaakt worden, begrijpen.
Dat een kind het recht heeft haar moeder te zien, maar dat een kind ook recht op bescherming heeft. Van Bureau Jeugdzorg mag moeder Anne alleen zien onder mijn toezicht. Een week later ontmoet ik moeder bij mij op kantoor. Ze heeft haar begeleidster van De Regenboog (verslavingszorg) meegenomen. Dit keer wil ze echt voor haar dochter en vriend gaan en ze gaat begeleid afkicken.

Afreageren

Januari en februari 2006 staan in het teken van de terugkomst van moeder en de invulling van haar rol in het leven van Anne. Wat kan er van haar verwacht worden? Er komt een afkicktraject voor moeder en ik maak afspraken met vader en moeder over de bezoekregeling. Moeder begrijpt met ups en downs dat ze na een aantal maanden afwezigheid niet iedere dag haar kind kan bezoeken. De dagen dat ze het niet begrijpt, belt ze mij en krijg ik de volle laag. Dit is voor mij een belangrijk onderdeel van mijn begeleiding aan ouders. De onmacht en woede die zij voelen, reageren ze op mij af. Ik heb dat liever dan op een buitenstaander of grijpen naar de fles of coke. Ik ben degene die hun situatie kent, die hen kan kalmeren. Als ik dat tien keer moet doen om hun het inzicht te geven, dan doe ik dat. Ik ga naar hen toe, laat hen op kantoor komen en film hen tijdens een bezoek aan Anne.

Maart 2006: een roerige tijd. De pleegouders hebben besloten zich terug te trekken. Drie keer per week bezoek van vader valt hen zwaar. De pleegmoeder wil zich volledig wijden aan haar bedrijfje en is bang de zorg die Anne verdient, niet te kunnen bieden. Dit gecombineerd met plannen om te remigreren naar het land van herkomst, heeft hen tot dit besluit doen komen. Alle betrokkenen vinden het jammer, want het ging zo goed. Dan verdwijnt helaas ook moeder weer. Na een intern afkicktraject van zes weken woonde ze bij vader. Deze vindt binnen een week weer coke. De week daarop pakt moeder haar spullen en sindsdien weet niemand waar ze verblijft.

Een nieuw gezin

In april wordt Anne één jaar. Vanwege alle gebeurtenissen en met het oog op hechting, wordt besloten de hulpverleningsvariant om te zetten naar een opvoedingsvariant. Vanuit pleegzorg zoeken we een pleeggezin waar ze groot kan worden en dat vaders betrokkenheid op waarde schat. Dit gezin vinden we. Als ik dit aan vader vertel, zie ik de spanning in zijn ogen. Ik regel een kennismaking tussen hem en de nieuwe pleegouders. Ik adviseer hem dat hij alles opschrijft wat hij wil vragen, zodat hij tijdens het spannende gesprek niets vergeet.

De pleegvader breekt het ijs door zijn waardering voor de houding en betrokkenheid van vader te tonen. De pleegouders maken vader duidelijk dat zij voor Anne gaan zorgen, maar dat hij de vader blijft. Deze opmerking stelt vader zichtbaar gerust en ik ben de pleegouders dankbaar voor hun opstelling.

De ontmoeting tussen het nieuwe pleeggezin en Anne betekent het einde van mijn begeleiding, want de pleegouders wonen in een andere regio. Als afscheidscadeau geef ik Anne de videoband mee, waarop een laatste bezoek van haar vader én moeder staat. Bewegende beelden van haar moeder, met haar stemgeluid en gedragingen erop vastgelegd. Belangrijke beelden, omdat niemand van ons weet hoe de toekomst zal zijn.

Hoewel ik de wisseling had aangekondigd, schrikt vader toch dat mijn begeleiding aan hem hier eindigt. Dan loopt hij op me af, pakt me vast en geeft me drie zoenen: “Dank je wel voor alles wat je voor mij en mijn dochtertje gedaan hebt en de kansen die je me gegeven hebt.” Kijk, daarom werk ik zo graag met ouders…”


Tags: , ,