Wat te doen met 100 miljoen?

Auteurs: Antoinette van Wijngaarden en Jolanda Stellingwerff  

Eind april maakte staatssecretaris Ross (VWS) bekend dat het kabinet 100 miljoen euro extra uittrekt om de wachttijden in de jeugdzorg en daarmee binnen de pleegzorg te verkorten. De 43 miljoen die het kabinet eerder voor dit doel uittrok bleek onvoldoende, omdat de vraag naar jeugdzorg het afgelopen jaar explosief steeg. Enerzijds komt dit doordat vanaf 1 januari 2005 een indicatie van Bureau Jeugdzorg recht geeft op jeugdzorg. Het aanbod creëert zo de vraag. Anderzijds is er de maatschappelijke eis om alerter te reageren op misstanden binnen gezinnen.

Op 1 januari 2006 wachtten er ruim 5.000 kinderen langer dan negen weken op hulp ná hun indicatiestelling. Dit verhoudt zich slecht met het recht op hulp dat verankerd is in de wet. Alle twaalf provincies en de drie grootstedelijke regio’s dienden bij de staatssecretaris een plan in, waarin zij aangeven hoe ze willen bereiken dat eind dit jaar in hun werkgebied de wachttijd tussen de indicatiestelling en het aanbod van jeugdzorg voor alle kinderen is teruggebracht tot maximaal negen weken. Ook staat in de plannen hoeveel kinderen dit jaar extra geholpen moeten worden en met welke zorgvorm. Op basis hiervan wordt de 100 miljoen euro verdeeld. De provincies leggen eens per kwartaal verantwoording af en wie minder presteert dan overeengekomen, krijgt minder geld.

Meer dan de helft van de jeugdigen die op de wachtlijst staan, wacht op een vorm van ambulante hulp binnen de eigen gezinssituatie. De overheersende ideologie is immers nog altijd dat een kind het beste af is, als het kan opgroeien in zijn eigen gezin. Bovendien is deze vorm van hulpverlening relatief goedkoop.

Sterke toename pleegkinderen onder de vijf

Soms is uithuisplaatsing niet te voorkómen. Van de jeugdigen wacht op 1 januari 2006 12% op een vorm van pleegzorg. De pleegzorgcapaciteit is in 2005 uitgebreid met 1.150 tot bijna 11.000 plaatsen. Toch zijn de wachtlijsten even lang gebleven. Op 31 december 2005 wachtten volgens de gegevens van Pleegzorg Nederland 985 kinderen langer dan negen weken op een pleeggezin.

Een van de oorzaken is dat de vraag sterker groeit dan het aanbod. Opvallend hierbij is de sterke toename van het aantal pleegkinderen onder de vijf jaar. Voor het eerst is dit de grootste groep waarvoor een pleeggezin gezocht wordt. Dit is ongetwijfeld het gevolg van de maatschappelijke tendens om vooral de jongste en meest kwetsbare groep kinderen beter te beschermen.
Een andere oorzaak van de blijvende wachtlijsten is dat er wel pleegouders beschikbaar zijn, maar dat er te weinig geld is voor de plaatsing en de begeleiding. Daarnaast is voor ongeveer de helft van de kinderen die op de wachtlijst staan (nog) geen passend pleeggezin beschikbaar. Vooral voor crisisopvang en voor de intensievere vormen van pleegzorg is het lastig om geschikte pleegouders te vinden.
Om voor kinderen de meest geschikte plek te kunnen vinden, willen de instellingen graag een ruim aanbod van aspirant-pleegouders in hun bestand hebben. Met de campagne ‘Wij zoeken nog een hart met wat ruimte’ hoopt Pleegzorg Nederland het aantal beschikbare pleegouders aanzienlijk uit te breiden.

Doorbraakproject doorbreekt wachtlijstproblematiek

De plannen van de provincies zijn niet alleen gericht op het terugdringen van de wachttijden ná de indicatiestelling, maar ook op het verkorten van de wachttijden daarvóór. Dat dit hard nodig is, blijkt uit de cijfers die de provincie Utrecht verstrekt: “Elk kind dat met een probleem aanklopt bij Bureau Jeugdzorg Utrecht krijgt binnen twee weken een intakegesprek. Daarvoor zijn geen wachtlijsten. Vervolgens krijgt het kind een indicatiestelling. Dit houdt in dat het probleem van het kind wordt vastgesteld (het onderzoekstraject, red.) en welke vorm van hulp daarbij nodig is om het probleem aan te pakken (het indicatietraject, red.). Dat kan 16 tot 20 weken duren.” (1) Daarna komt nog de wachttijd tot de geïndiceerde hulp beschikbaar is. Het komt dus voor dat een kind dat hard hulp nodig heeft, hier meer dan een half jaar op moet wachten. Dat de problemen hierdoor kunnen verergeren, spreekt voor zich. In april 2005 zijn verschillende teams (Toegang en AMK) van de Bureaus Jeugdzorg van Flevoland, Overijssel en Groningen begonnen met het zogenoemde Doorbraakproject. Begin juni presenteerden zij de resultaten. (2) Door het werk logistiek en inhoudelijk anders te organiseren zijn het onderzoeks- en het indicatietraject in de meeste gevallen aanzienlijk verkort en wordt er zelfs voor een groot deel zonder wachtlijsten gewerkt. De staatssecretaris stelt naar aanleiding van deze goede resultaten ruim € 750.000 ter beschikking om alle provincies de gelegenheid te geven de doorbraakmethode in te zetten.  •

(1) ‘1 miljoen euro voor wegwerken wachtlijst’, persbericht provincie Utrecht d.d. 4 juli 2006

(2) Presentatie tijdens de manifestatie ‘Doorbraak in de jeugdzorg’ op 6 juni 2006, www.doorbraakindejeugdzorg.nl

Hulp zo dicht mogelijk bij huis

Overijssel krijgt 9,5 miljoen euro, waarmee 459 kinderen geholpen kunnen worden. Het grootste deel, 5,9 miljoen, gaat naar ambulante vormen van hulp en dagbehandeling. Ieder kind met problemen dat bij Bureau Jeugdzorg Overijssel binnenkomt, krijgt in de toekomst eerst een Eigen Kracht-conferentie aangeboden voordat het wordt doorverwezen naar de professionele jeugdzorg. Het blijkt dat in het overgrote deel van de plannen die de jongere samen met familie, vrienden en het sociaal netwerk opstelt, minder hulp of minder zware jeugdzorg gevraagd wordt. De familie en haar omgeving steekt  zelf de handen uit de mouwen.

Stichting Flexus, een van de organisaties voor jeugdhulpverlening in de regio Rotterdam,  krijgt ongeveer 3 miljoen euro om de wachtlijsten weg te werken. Ook Flexus zet sterk in op snel en efficiënt hulp bieden in de thuissituatie. Kinderen en jongeren bij wie de hulp waar ze voor aangemeld staan niet direct kan worden gestart, krijgen binnen twee weken na aanmelding overbruggingshulp. Dit is intensief-ambulante hulp gecombineerd met dagopvang en ontlasting van het gezin. Daarnaast wordt een deel van het geld gebruikt om pleegzorg uit te breiden met 75 reguliere plaatsen en 12 plaatsen voor intensieve pleegzorg, waaronder crisisopvang.

Vandaag bellen, morgen indicatie

De Doorbraakmethode is ontwikkeld en toegepast in de VS om knelpunten in de gezondheidszorg te verbeteren. De meest succesvolle ervaringen rondom een bepaalde aanpak worden verzameld en geanalyseerd en als een veranderpakket met verbeterideeën aangereikt aan andere instellingen. Zo is bijvoorbeeld de wachttijd op de spoedeisende hulpafdeling van ziekenhuis A gemiddeld 45 minuten, terwijl in ziekenhuis B de wachttijd meer dan twee uur bedraagt. Men kijkt wat ziekenhuis A anders doet waardoor zij dit betere resultaat bereiken. Vervolgens wordt ziekenhuis B geleerd hoe zij zelf met behulp van een verbetermodel dit ook kunnen realiseren. Sinds april 2005 werken negen teams van drie verschillende Bureaus Jeugdzorg met het Doorbraakproject Werken zonder Wachtlijst. Met succes. Zo werd bij Bureau Jeugdzorg Twente de periode tussen aanmelding en indicatiestelling dankzij de Doorbraakmethode in een jaar tijd (van juni 2005 tot juni 2006) teruggebracht van 100 dagen tot 26 dagen. Op 1 januari 2007 willen zij dat deze periode nog slechts 14 dagen bedraagt. (Bron: www.doorbraakindejeugdzorg.nl)

 

kan uitbreiden

Noord-Brabant krijgt 14,5 miljoen. Hiervan gaat ruim 1,6 miljoen euro naar Kompaan, één van de vier instellingen voor jeugdzorg in de provincie Noord-Brabant. Het overgrote deel, ruim 1,4 miljoen, wordt besteed aan ambulante jeugdhulp, dagbehandeling en residentiële zorg. Voor pleegzorg heeft Kompaan vorig jaar al dertig extra plaatsen gekregen om de wachtlijst weg te werken. De provincie heeft toegezegd dat Kompaan de basispleegzorg kan uitbreiden als dat nodig is. Alle netwerkplaatsingen kunnen uitgevoerd worden en de specialistische pleegzorg mag uitbreiden. Naast de extra plaatsen gaat Kompaan investeren in de huidige pleegouders door bijvoorbeeld cursussen aan te bieden als ‘hanteren van gedrag’ en ‘samenwerken met ouders’. Om het aanbod te vergroten en te verbreden doet Kompaan mee in de landelijke wervingscampagne. De provincie Noord-Brabant heeft zelf in juni een marketingonderzoek uit laten voeren om te kijken hoe nieuwe pleegouders geworven kunnen worden. (Bron: Stichting Kompaan) De Base Groep in Groningen stelde eind 2005 al een wachtlijstteam aan voor pleegzorg. Doel was om per 1 april van dit jaar de wachtlijst weg te werken tot er alleen kinderen op stonden die korter dan negen weken wachtten. Er werd personeel aangetrokken en ieder kind dat gematcht werd, kon meteen geplaatst worden. Dit succes bleek ook een keerzijde te hebben. Er ontstond een bezetting van ruim 110%, hetgeen betekent dat er voor ruim 10% geen financiële middelen waren. Op dit moment is nog niet exact duidelijk hoeveel geld er precies naar pleegzorg gaat. Wel is duidelijk dat het tekort gedekt zal worden en dat de begeleidingscapaciteit wordt uitgebreid. Voor 2007 hoopt de Base Groep op extra structurele middelen. |
(Bron: Base-Groep)


Tags: ,