Pleeggezin met 4 pleegkinderen

Wim en Willy wilden naast eigen kinderen ook voor pleegkinderen zorgen. Uiteindelijk bleef het bij pleegzorg en zorgen ze op dit moment voor vier kinderen.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Wim (51) werkt als educatief medewerker bij een missionaire instelling. Hij maakt onderwijsprogramma’s voor heel Nederland. Willy (48) zorgt voor de vier pleegkinderen. Daarnaast is zij panellid bij de STAP-cursus. Pleegzoons Kees en Pablo zijn beiden zeven jaar. Kees zit op het speciaal onderwijs. Pablo is de broer van de vierjarige Cheryll, allebei hebben ze een bos prachtige zwarte krullen. En dan is er de eveneens vierjarige Annabel die ook speciaal onderwijs volgt.

Hoe kwamen jullie ertoe om een pleeggezin te worden?
“Naast eigen kinderen wilden we ook iets betekenen voor kinderen die geen goede thuisbasis hebben. We wilden graag een Nederlands kindje adopteren, maar helaas zat onze leeftijd tegen. Toen zijn we gaan kijken naar pleegzorg. Zelf kinderen krijgen was moeilijk voor ons. De instantie dacht dat de pleegkinderen een vervanging voor eigen kinderen zouden zijn, dus werden we afgewezen. Dankzij een procedurefout kwam er een nieuw gesprek en werden we alsnog pleegouder. Als eerste kwam de toen eenjarige Pablo bij ons wonen. Nu wonen er vier pleegkinderen bij ons waar we graag voor zorgen.”

Hoe reageerden jullie omgeving en familie op het pleegouderschap?
“Sommigen uit onze omgeving begrepen niet dat wij het fijne leventje, dat we met zijn tweeën hadden, op wilden geven voor kinderen met een rugzak ‘vol ellende’. Anderen vonden het gedurfd dat we voor pleegzorg kozen. Inmiddels horen we veel bewondering klinken. We zien de acceptatie en dat voelt goed. De moeder van Willy was bang dat zij haar plaats kwijt zou raken. Willy heeft als jongste dochter een bijzondere band met haar moeder. Gelukkig ervaart haar moeder nu dat oma zijn van deze vier kinderen haar relatie met Willy heel prettig maakt.
Willy’s vader had ook zijn bedenkingen maar was veel positiever. Verdrietig genoeg heeft hij de kinderen niet meer kunnen zien. Ook de ouders van Wim hebben de pleegkleinkinderen niet kunnen ontmoeten. Wel de tweede partner van Wims vader. Zij is heel trots op onze pleegkinderen en haar kinderen voelen zich ooms en tantes. Zij zijn als familie voor onze pleegkinderen.”

Hoe ziet jullie begeleiding eruit en voldoet die aan de behoefte?
“We hebben met twee instellingen te maken. De William Schrikker Groep zorgt voor Kees en heeft de voogdij over Annabel. Voor Kees komt de maatschappelijk werker eens per twee maanden. Dat contact loopt goed. Voor de andere drie kinderen komt er eens per drie maanden een maatschappelijk werker van de VVP. Willy regelt heel veel zelf. We hebben de afspraak dat we altijd kunnen bellen als dat nodig is.”

Waar hebben jullie steun bij nodig? Waar zijn jullie onzeker over?
“Soms zijn we wel eens onzeker. “Doen we het wel goed?”Over het gedrag van Kees bijvoorbeeld. Tijdens het eten kon hij zo gillen en overal op slaan. Dat was voor niemand leuk. Wat we ook probeerden: we kregen het gillen en slaan niet gekeerd. Na overleg en met hulp hebben we van plaats geruild aan tafel. Nu gaat het beter. Door overleg hebben we nu ook een pictobord in de kamer hangen. Dat geeft zowel Kees als Annabel veel structuur in de dag. We moesten wennen aan het overleggen met een buitenstaander.”

Hoe ziet het contact met de ouders en de familieleden eruit?
“De contacten met alle familieleden zijn heel ingewikkeld. Pablo en Cheryll hebben naast hun moeder, twee broertjes en een zus, geen familie in Nederland. Voor hen is daarom naast het contact met moeder ook het contact met broers en zus belangrijk. In principe heeft moeder recht op een keer bezoek per maand. Zij komt niet altijd. Ook een keer per maand is er broertjes- en zusdag. Het is jammer dat de broertjes en zus ver verspreid in pleeggezinnen wonen. Daarnaast worden moeder, broers en zus ook uitgenodigd voor bijzondere gebeurtenissen zoals verjaardag en communie.
De ouders van Kees komen een keer per maand op bezoek. Vaak komt moeder alleen omdat vader aan het werk is. De ene keer is het bezoek bij vader en moeder thuis. Zij zorgen dan voor een invulling van het bezoek door naar een speeltuin te gaan of spelletjes te doen. De andere keer komen de ouders naar ons en dan zorgen wij voor een leuke middag. Moeder accepteert wel dat Kees bij ons woont, maar diep in haar hart zou ze anders willen.
De ouders van Annabel komen niet samen en de bezoeken worden begeleid. Vader komt elke maand naar het pleeggezin om Annabel te zien. De moeder van Annabel komt niet altijd. Annabel wordt daar verdrietig van. Toch proberen we de bezoeken te stimuleren. We nodigen de ouders ook uit voor de verjaardag van Annabel. Als ze bij moeder op bezoek gaat, ziet Annabel ook haar zus en broertje die daar wonen. Ook de opa’s en oma’s van Annabel mogen na overleg met ons op bezoek komen. De vader van Annabel accepteert met zijn verstandelijke beperking de pleegzorgplaatsing. Haar moeder heeft een beschadigd verleden. Zij accepteert de pleegzorgplaatsing niet.”

Welke praktische problemen komen jullie tegen?
“Kees heeft ontdekt dat hij anders is dan Pablo, ook al zijn ze even oud. Kees kan fantastisch spelen. Toch heeft hij weinig vriendjes en de buurtgenoten nodigen hem niet makkelijk uit om te spelen. Zijn sociale handicap is niet zichtbaar. Hoe los je dit op? Ook hebben we veel moeite moeten doen om een sportclub voor hem te vinden. Hoe breng je met vier kleine kinderen iemand naar de sportclub?”

Hoe gaan de kinderen uit de buurt om met de pleegkinderen? Draagt het bij aan hun ontwikkeling of maakt het dit moeilijker?
“Onze kinderen worden redelijk door de buurt geaccepteerd. Ze komen graag bij ons in de tuin spelen, zeker op de grote trampoline.”

Zijn er momenten waarop jullie denken: hier hadden we nooit aan moeten beginnen?
“Zo’n moment hebben we nooit gehad.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen wij het voor!
“We willen graag dat de kinderen zich positief kunnen ontwikkelen binnen hun mogelijkheden, zodat ze een basis hebben waarmee ze later hun toekomst in kunnen gaan. We waren trots op Annabel toen zij ineens tot tien kon tellen. Ook genieten we van de momenten dat we als gezin dingen ondernemen, zoals samen zwemmen.”


Tags: ,