Ik moet gewoon elke dag de kerktoren van mijn dorpje zien

Auteur: Prof. dr. Ad Vingerhoets  

Heimwee kan gezien worden als een soort reactieve depressie, die optreedt wanneer hiervoor gevoelige personen (voor langere tijd) gescheiden zijn van de thuissituatie. De kenmerkende symptomen zijn allereerst een sombere stemming en een totaal onvermogen om ergens van te kunnen genieten. De gedachten richten zich obsessief op de thuissituatie, waar het allemaal veel beter, leuker en idealer is. De heimweelijder heeft dan ook nergens zin in, is apathisch en lusteloos. Bijkomende problemen zijn huilbuien, niet kunnen eten en niet kunnen slapen. Bij kinderen, met name jongens, ziet men ook wel dat de problemen geuit worden in agressie en dwars, tegendraads gedrag (externaliserend). In de oudere literatuur worden zelfs voorbeelden aangehaald van personen die bijna sterven van heimwee. Opmerkelijk is het snelle herstel wanneer men weer thuis is. In een mum van tijd is er sprake van weer volledig functioneren op het oude niveau.

Terwijl het aantal wetenschappelijke publicaties over depressie, (scheidings)angst, aanpassingstoornissen en negatieve emoties bijna niet te tellen is, steekt de wetenschappelijke belangstelling voor heimwee daar zeer schril bij af. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat er een zeer effectieve interventie is: naar huis terugkeren. Medicatie of psychotherapie is dan ook in veel gevallen niet nodig. Niettemin is het tegenwoordig zo dat de wereld steeds kleiner wordt en het vaker voorkomt dat mensen voor werk of opleiding voor langere tijd naar het buitenland moeten. Daarnaast is dit ook een wereld waarin mensen vanwege geweld of oorlog gedwongen worden huis en haard te verlaten en elders een veilig onderkomen moeten trachten te vinden. Hier is heimwee een probleem dat niet over het hoofd gezien en niet onderschat moet worden. Evenzeer moeten de problemen die zich op dit gebied voordoen in internaten, bij ziekenhuizen, verpleeginrichtingen of bij uithuisplaatsing onderkend worden.

Hondenheimwee en kattenheimwee

Het is overigens lastig om vast te stellen, zeker bij kinderen, of er sprake is van heimwee. Een zeer nauw verwant probleem is namelijk scheidingsangst, die optreedt wanneer een kind gescheiden wordt van de ouders. In de volksmond wordt ook dan vaak gesproken van heimwee, maar feitelijk is dat toch iets anders. Wanneer een kind tijdens een logeerpartij niet wil eten, niet wil slapen en veel moet huilen dan kan dat mogelijk snel hersteld worden als een van de ouders of primaire verzorgers zich ook ter plekke vervoegt. Een echte heimweelijder geneest niet als vertrouwde mensen zich bij hem voegen; die moet terug naar zijn eigen huis.

Niettemin is ook in de wetenschappelijke literatuur dat onderscheid niet altijd duidelijk. In vroeger tijden onderscheidde men ook wel hondenheimwee en kattenheimwee. Hondenheimwee lijkt dan meer op scheidingsangst. Men is meer gehecht aan de personen, waarvan men gescheiden is, dan aan de fysieke omgeving. Kattenheimwee daarentegen is het ‘echte’ heimwee. Men is zeer sterk gehecht aan de eigen fysieke omgeving. Zoals een heimweelijder verwoordde: “Ik moet gewoon elke dag de kerktoren van mijn dorpje zien.”  Een andere, niet onbelangrijke indeling, is gebaseerd op waar precies het probleem zit. Zich elders vestigen impliceert immers twee zaken: (1) loskomen van de oude omgeving en (2) integreren, je aanpassen aan de nieuwe omgeving. De indruk bestaat dat heimwee, als gevolg van problemen met het loskomen van de oude omgeving, zeer weerbarstig is en dat er niet zoveel aan te doen is. Ligt hetprobleem meer op het gebied van aanpassing aan de nieuwe situatie, dan zijn er in principe iets meer mogelijkheden om dat proces te bevorderen.

De gevoeligheid voor het ontwikkelen van heimweeklachten verschilt sterk tussen personen. Incidenteel gebeurt het wel dat het zeer plotseling kan ontstaan, nadat men er jaren geen last van had. Zo ontwikkelde een vrouw die uit Gelderland kwam en al twintig jaar in Brabant woonde, plotseling heimweeklachten toen haar ouders waren overleden. Van een Nederlandse emigrant in Brazilië hoorde ik het verhaal dat hij plotseling overmand werd door heimwee toen bezoek ongepelde pinda’s had meegebracht en zij die, zoals vroeger thuis in Nederland, op een krant samen aan het pellen waren. Een zeer ervaren reizigster die al veel van de wereld had gezien, werd, niet in het minst totverbazing van haarzelf, overvallen door sterke gevoelens van heimwee toen ze in Mexico was.

Wat doe je eraan?

De grote vraag is natuurlijk wat er aan gedaan kan worden. Zoals reeds aangegeven is er weinig over bekend dat echt helpt. Zeker wanneer de problemen lijken te zitten in het niet kunnen loskomen van de oude omgeving, zijn de mogelijkheden om er iets aan te doen zeer beperkt. De beste strategie is dan om te proberen met dit probleem te leven en trachten je leven er niet te veel door te laten beïnvloeden. Gaat het om het integreren in een nieuwe situatie, dan zijn er in principe twee kanten (de persoon zelf en de nieuwe omgeving) waar iets aan gedaan kan worden en zijn de mogelijkheden dus iets groter. Een aspect dat dan van belang kan zijn, is in hoeverre de persoon het gevoel heeft controle te hebben over de nieuwe situatie. Uit de stressliteratuur is bekend dat een gebrek aan controle over de situatie kan leiden tot heftige stressreacties. In een dergelijk geval mag men verwachten dat de problemen zullen afnemen naarmate men meer vertrouwd is met de situatie en men er beter een weg in kan vinden.

Voor het overige is het belangrijk dat men begrip toont, het niet afdoet als iets voor kleuters. Men hoort het serieus te nemen en er over te praten. Leg uit wat het is, zodat men een beetje het idee heeft dat men er greep op heeft. Vaak blijkt het met name de kop op te steken tijdens stille, minder actieve momenten, zoals net voor het slapen gaan, als men net wakker is of onder het eten.
Laat eventueel een dagboek bijhouden, zodat men kan zien of er een patroon in zit. Als de momenten voorspelbaar zijn, ervaart men tevens enige controle en kan men er opanticiperen. Wat vooral van belang is: maak duidelijk dat het verblijf verwijderd van huis niet als een straf moet worden gezien.

De Amerikaanse psycholoog James Pennebaker ontwikkelde een schrijfinterventie voor studenten met heimwee. De deelnemers werd gevraagd om drie keer, om de andere dag, te schrijven over hun gevoelens en ervaringen. Wat ze opschreven werd met niemand besproken, niemand las het ook. Het ging er gewoon om dat men de eigen gevoelens aan het papier toevertrouwde. Dit bleek eenpositief effect te hebben op het heimwee:er bleek sprake van een versneld aanpassingproces. Dezelfde methode is ook succesvol toegepast bij studenten met liefdesverdriet, wat in belangrijke opzichten overeenkomt met heimwee.Ten slotte is het belangrijk dat men in ieder geval die spullen waaraan men zeer gehecht is, kan meenemen naar de nieuwe locatie, hoe onbenullig oud of versleten die ook zijn. Men mag de emotionele waarde van dergelijke zaken voor iemand die gevoelig is voor heimwee niet onderschatten. Bij pleegkinderen kan het volgende gedrag een aanwijzing zijn dat er mogelijk sprake is van heimwee:
•apathie, gebrek aan initiatief
•weinig interesse voor de buitenwereld
•isoleert zichzelf, speelt niet met leeftijdgenootjes
•huilbuien
•problemen met eten
•slaapproblemen
•opstandig, agressief of tegendraads gedrag (vooral bij jongens)
•mist de normale vrolijkheid van een kind

Wat kan helpen?
• help de integratie in de nieuwe omgeving door het kind lid te laten worden van clubs of verenigingen
• zorg dat hij/zij beschikt over de eigen vertrouwde spulletjes
• sta contacten met de oude omgeving toe, maar begeleid die goed. Maak het bespreekbaar als dat regelmatig resulteert in alleen maar huilbuien bij het kind (en niet zelden ook bij de moeder)
• leg uit wat heimwee is, dat het vaak voorkomt, dat men er zich niet voor hoeft te schamen
• laat de kinderen er over schrijven (voor jonge kinderen samen een liedje er over zingen)
•bevorder dat er nieuwe vriendjes en vriendinnetjes gemaakt worden.  •

Prof. dr. Ad J. J. M. Vingerhoets is bijzonder hoogleraar aan de Faculteit Sociale Wetenschappen, departement Psychologie en Gezondheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn expertise ligt met name op het gebied van stress, emoties en kwaliteit van leven. Vingerhoets publiceerde meer dan tweehonderd artikelen in (inter)nationale vaktijdschriften en redigeerde/schreef elf boeken op dit terrein.

======
KADER
======

 

Ieder jaar gaan we met vakantie. Elke keer ga ik met pijn in mijn buik mee. Ik doe enthousiast om het voor mijn gezin niet te verpesten. Met een traan in mijn hart kijk ik blij en denk: “Het is maar voor acht dagen.” Een aanvaardbaar gevonden middenweg tussen de heimwee-mensen en de naar vakantie verlangende vakantiegangers. Eenmaal daar kan ik al het nieuwe, mooie, spannende en vriendelijke wel waarderen. Het is fijn om samen met mijn gezin rond te lopen in het onbekende en om tijd voor elkaar te hebben. Maar… elke avond denk ik: “Weer een dag voorbij.” Elke ochtend denk ik: “Weer een nacht dichter bij huis.”

Maria


Tags: , ,