Heimwee in de pleegzorg

Een pleegmoeder, een pleegzorgwerker en een aantal pleegkinderen vertellen over hun ervaringen met heimwee.

Niet alleen kinderen die naar een pleeggezin gaan, krijgen soms last van heimwee. Pleegmoeder Esther en haar pleegdochter Elise (10) vertellen hoe het was toen Elise bij haar ouders ging logeren.

Esther: “Waarom moest Elise dat weekend ineens gaan logeren? Door deze overhaaste beslissing van de gezinsvoogd konden we haar niet voorbereiden. Met een bonzend hart ging Elise naar haar ouders. Wij zwaaiden haar uit en gingen een ongekend rustig weekend tegemoet. We misten haar vrolijke gebabbel. Alles wat er gebeurde, vond ze leuk en ze was in voor elke uitdaging. Op school was ze druk bezig met het maken van vrienden. Heel lang­zaam ging ze steeds beter in haar vel zitten.

We keken uit naar haar thuiskomst en hoopten dat het een fijne logeerpartij was geweest. Op het laatste moment belde de gezinsvoogd: “De ouders van Elise vinden het logeren zo leuk dat ze een dag later naar huis komt.” Op onze vraag hoe Elise dat vond, antwoordde de gezinsvoogd: “Elise komt morgen bij u thuis.”

Haar ouders waren helemaal niet zo blij. Elise had moeten huilen. “Hoe kan dat nou”, zeiden haar ouders. “Dit is toch haar thuis?” Ook Elise zelf keek niet blij. Als een schoothondje liep ze achter me aan. Ze vertelde niets, maar hield me heel goed in de gaten. Ze had geen lust of concentratie om te spelen. Na een week ging ze weer zelf naar school, maar thuis werd het heftiger. Ze zocht de con­frontatie. De een na de ander moest het ontgelden. Cadeautjes van haar ouders be­landden in de prullenbak. Uiteindelijk kwamen de waterlanders, maar woorden bleven uit.

Ondertussen zijn we vijf jaar verder. Elise is een bang meisje geworden. Ze is bang dat wij er ineens niet meer zijn en wil alles zelf bepalen. Ze heeft heel weinig behoefte om haar ouders te zien. Ze wil wel 1000 keer per dag horen dat wij haar lief vinden. Eindelijk praat ze nu over die logeerpartij. Ze miste ons zo verschrikkelijk. Het ergste vond ze dat ze niet over ons mocht praten. Ze heeft geprobeerd om weg te lopen, maar de deur zat op slot. Wat een heimwee heeft ze gehad.”

Elise: “Ik vond het helemaal niet leuk om te gaan logeren bij mijn echte papa en mama. Ik vond dat hartstikke eng. Ik wou graag terug naar Esther en Stefan. Ik mocht niet over Esther en Stefan praten. Het was erg eng en ik mocht bijna nooit naar buiten. Ik voelde me verdrietig. Ik kon niet meer goed nadenken.Ik voelde pijn in mijn hart en mijn knuffels konden mij niet troosten. Ik zat erg veel op mijn kamer en ik verstopte me.”

Pleegzorgwerker Adriaan werd ooit geconfronteerd met een jongen die verteerd werd door heimwee. Uiteindelijk bleek terugkeer, met intensieve begeleiding, beter voor de jongen.

“Weet je, het rook er naar Tilburg,” vertelde de jongen enthousiast. Hij was met zijn pleeg­ouders naar de kermis geweest. Meestal besefte hij wel dat het niet voor niets was dat hij uithuisgeplaatst was. Hoe rot het thuis ook was, voor hem ging er echter niets boven thuis zijn in zijn eigen geuren en in zijn eigen buurt.

Het huis van zijn pleegouders was veel groter. “Ons pap en mam zouden er best bij kunnen en dan van oom en tante leren hoe ze voor mij moeten zorgen.” Hij dacht dat hij wat hij leerde bij zijn pleegouders zelf aan zijn ouders kon leren. Die zomer ging hij wat langer naar huis. Wellicht zou hij dan weer snappen waarom hij bij zijn pleegouders woonde.

Het terugkomen was heel moeilijk en ook later na weekends thuis werd het een ramp. Zijn hele lijf hunkerde naar Tilburg en naar huis. Wat moest hij in dit stomme Zeeuwse dorp op die moeilijke school? Langzaam zagen we hem meer en meer verpieteren.Hij sliep slecht en pikte niets meer op. Langzamerhand stopte hij met ontwikkelen. De pleegzorgplaatsing diende feitelijk nergens meer toe. Met gekruiste vingers en na intensief overleg hebben we hem naar huis laten gaan. We regelden extra begeleiding in de hoop dat hij het zou redden.

Af en toe laat hij nog van zich horen. “Ik zeg tegen ons mam wat tante altijd zei,” vertelt hij als we vragen hoe het gaat. “Ook bij mijn kleine broertje helpt dat heel goed.” Deze jongen kon niet zonder zijn omgeving. Zonder thuis werd hij doodongelukkig. Heimwee belemmerde zijn groei. Die kans op groei hebben we hem teruggegeven en gelukkig heeft het goed voor hem uitgepakt.”

Denise (7) heeft al op tien verschillende plekken gewoond. Op dit moment woont ze bij oma, tot ze weer terug naar haar moeder kan.

Denise: “De fijnste plek is mijn eigen huis bij mama. Als de baby van mama geboren is en alles goed gaat, dan ga ik eindelijk naar huis. Oma heeft voor mij een kalender gemaakt. Als alle blaadjes er af gescheurd zijn, ga ik naar mama. Als ik ‘s avonds in bed lig, denk ik altijd aan mama. Dan ben ik blij en verdrietig tegelijk. Blij omdat ik naar huis mag, verdrietig omdat het nog zo lang duurt. Mama heeft een heel mooi huis met een kamertje voor mij. Als ik weer bij haar ben, ga ik haar helpen en ik zal heel lief zijn. Dan blijven we altijd bij elkaar.”

Ina (18) en Mats (11) zijn pleegbroer en -zus. Ook zij weten wat heimwee is.

Ina: “Ik had heimwee  toen ik van het pleeggezin naar een tehuis ging. De warmte, aandacht en het gewone leven binnen een gezin missen, dat is heimwee. Alleen in een tehuis kun je er niks mee, want de meesten zijn blij dat ze thuis weg zijn, die willen geen warmte en aandacht.” Mats “Toen ik op kamp was, miste ik de rust die thuis heerst, ruzie maken met mijn jongere broertje, maar ook de aandacht van mijn pleegouders. Naar vroeger, naar mijn ouders, heb ik geen heimwee. Heimwee is iets wat je mist en ik mis mijn vroegere thuis niet.”


Tags: , ,