Pleeggezin op de wachtlijst

Auteur: José van Ek  

Lisa en Andreas zijn sinds 2003 pleegouders. Het laatste pleegkind is alweer een tijd geleden de deur uitgegaan. Nu kijkt het gezin vol verwachting uit naar de volgende plaatsing.

Wat is de samenstelling van het gezin?
Lisa en Andreas hebben vijf volwassen kinderen. Hun zonen Wilco en Ruben wonen nog thuis. Dochter Debbie woont op kamers vanwege haar studie. Ze komt regelmatig in de weekends thuis. De andere twee kinderen zijn getrouwd en wonen elders. Andreas werkt als verpleegkundige in een ziekenhuis. Zijn hobby’s zijn lezen, muziek en wandelen in de natuur. Pleegmoeder Lisa heeft haar baan opgezegd om beschikbaar te zijn als pleegouder. Haar hobby’s zijn lezen en sporten. Wilco gaat overdag naar een dagverblijf omdat hij autistisch is. Hij houdt van houtbewerken en saxofoon spelen. Zoon Ruben werkt in de groenvoorziening. Ook hij is dol op muziek, hij speelt banjo en basgitaar.

Hoe kwamen jullie ertoe om pleegouder te worden?
“We rolden bij toeval in de pleegzorg, nadat we in contact kwamen met een meisje met incestervaringen. We probeerden haar op te vangen en te begeleiden. Ze kwam uiteindelijk in de psychiatrie terecht. Helaas kwam alle hulp voor haar te laat, ze leeft niet meer. Wij voelden ons schuldig. Na haar tragische dood hoopten we via de officiële weg toch hulp te kunnen bieden aan kinderen die in de knel zitten.”

Waar hadden jullie steun bij nodig? Waar waren jullie onzeker over?
“Wij waren onzeker over onduidelijke afspraken. We stelden ons beschikbaar als crisisopvanggezin maar kregen weinig duidelijkheid over de duur van de plaatsing. Daardoor werd het voor ons gezin moeilijk om iets te plannen zoals bijvoorbeeld een vakantie. Verder vonden we dat we te weinig achtergrondinformatie kregen over de kinderen die bij ons geplaatst werden.”

Hoe reageerde jullie omgeving en familie op het pleegouderschap?
“Het varieerde van “waar beginnen jullie aan nu jullie eigen kinderen volwassen zijn” tot  “wat leuk! Dat is echt wat voor jullie”.”

Hoe zag de begeleiding van jullie gezin eruit en voldeed die aan de behoefte?
“Over het algemeen beviel het goed. Wij konden alles zeggen. Men had bijvoorbeeld begrip voor het feit dat wij vinden dat onder ons dak onze normen en waarden gelden.”

Hoe zag het contact met de ouders en de familie eruit?
“Dat was wisselend. De ene keer was het moeilijk, de andere keer ging het goed. Soms hadden we totaal geen contact met de ouders van het pleegkind.”

Welke praktische problemen kwamen jullie tegen?
“Weinig, behalve dat we nu al enige tijd wachten op één of meerdere plaatsingen. We hebben ruimte genoeg. Er staan twee kamers leeg en binnenkort komt ook de zolder helemaal vrij. Onlangs schafte ik twee veilige kinderautozitjes aan nadat we benaderd waren door pleegzorg voor de opvang van twee jonge pleegkinderen. Op het allerlaatste moment kregen we te horen dat de plaatsing niet doorging. We waren teleurgesteld en we vragen ons af waardoor dit zomaar kan gebeuren.”

Hoe gingen de eigen kinderen om met de pleegkinderen?
“Wilco, onze autistische zoon, ging meestal zijn eigen gang. Soms deed hij een spelletje mee of keek met de kleintjes naar een kinderfilm. Rubens houding was stoer, hij deed alsof het voor hem niet zo nodig hoefde. Evengoed speelde hij met onze twee­jarige pleegzoon. Dochter Debbie vond het erg leuk. Ze droeg haar steentje bij door af en toe mee te helpen en op te passen.”

Zijn er momenten waarop jullie dachten: hier hadden we nooit aan moeten beginnen?
“Nee, misschien dat die in de toekomst nog komen. Alleen het eindeloze wachten valt ons zwaar. Vooral omdat je voortdurend in de media hoort en leest dat er een groot tekort is aan pleegouders.”

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen we het voor!
“Als je na verloop van tijd de kinderen ziet opknappen, als ze zich vrijer gaan voelen en weer lekker in hun vel zitten.”


Tags: ,