Kinderen als getuige en slachtoffer van geweld

Auteur: Mirte Loeffen   Een onderwerp dat geen lichte kost is voor een studiebijeenkomst voor mensen die werkzaam zijn op het terrein van de orthopedagogiek. De bijeenkomst werd georganiseerd door de vereniging O en A (Ortho-Agogische Activiteiten).

Geen lichte kost, maar de docent is dan ook een zwaargewicht. Sietske Dijkstra is psycholoog en promo­veerde in 2000 met haar proefschrift ‘Met vallen en opstaan’. Hoe vrouwen en mannen betekenis geven aan geweldservaringen uit hun kindertijd’. Ze werkte onder andere aan de Universiteit Utrecht en heeft sinds 1998 een eigen onderzoeks- en adviesbureau genaamd ‘Dijkstra’.

De introductie van Sietske op het onderwerp is geen vrolijke: “De wereld waarin we onze kinderen opvoeden is extreem gewelddadig. Miljoenen kinderen zijn slachtoffer van kindermishandeling en seksueel misbruik. Nog veel meer kinderen zijn getuige van geweld: ze zien het, horen het, lezen erover of spelen ermee.”

Door dit confronterende inzicht lijkt geweld onze samenleving te doordrenken. Daarnaast zijn er talloze gezinnen waarin er tussen gezinsleden geweld plaatsvindt. Er is een overlap tussen vrouwenmishandeling en kindermishandeling. Er is ook een overlap tussen kinderen die getuige zijn van geweld en kinderen die geweld aan den lijve ondervinden. Het schrijnende is dat de schade die kinderen oplopen vergelijkbaar is, of ze nu zelf geslagen worden, of de agressie alleen horen of zien.

In 80% van de gevallen ziet of hoort het kind de mishandeling. De meeste ouders onderschatten dit percentage. Ze denken dat ze onzichtbaar en onhoorbaar ruzie maken, maar kinderen staan boven aan de trap, ze zien hun moeder met een blauw oog en voelen de spanning na een gewelddadige ruzie. Sommige kinderen zijn gespitst op voortekenen van dreiging. Soms zijn kinderen partij in de ruzie. Anderen zijn letterlijk het schild tussen de agressor en het slachtoffer. Tussen de 30 en de 60% van de kinderen die getuige zijn van geweld zijn ook zelf slachtoffer. Kinderen horen geschreeuw en verwensingen, maar ze kunnen weinig doen. Ze ervaren machteloosheid en agressie. Ze zien of horen de mishandeling en ze zien en ervaren de consequenties van de mishandeling.

Afhankelijk, dus kwetsbaar

De schade die kinderen ondervinden als getuige verschilt. Ongeveer 40% ondervindt traumatiserende gevolgen. Met 60% gaat het redelijk goed. De schade is afhankelijk van de ernst van de mishandeling. Dat wil zeggen de frequentie, duur, ernst van de handelingen en de ernst van de gevolgen. Ook het geslacht en de culturele achtergrond zijn van invloed. Zo klappen meisjes eerder dicht en worden depressief, terwijl jongens eerder ongehoorzaam of agressief gedrag vertonen. In een niet-Nederlandse cultuur is het moeilijk om geweld bespreekbaar te maken. Nederlandse hulpverleners vragen vaak teveel op de man of vrouw af wat er aan de hand is. Dit kan mensen uit andere culturen afschrikken.

Ook de ontwikkelingsfase is van invloed. Hoe jonger, hoe schadelijker de gevolgen:

Bij baby’s zie je een verstoring van dag- en nachtritme, van eet- en slaapgedrag. Baby’s die getuige zijn, huilen hard of bevriezen. Ze zijn zeer alert of juist voortdurend suf, overzelfstandig of slap.

Peuters en kleuters voelen zich schuldig, klampen zich vast en gedragen zich angstig.

choolgaande kinderen gaan zorgen, kunnen opstandig en dwars worden buitenshuis, leggen soms moeilijk contact, lijden aan concentratieverlies en kunnen moeilijk hun gevoelens verwoorden.

Adolescenten hebben de neiging het geweld te ontkennen. Ze krijgen schoolproblemen, zijn agressief of gebruiken zelf geweld in intieme relaties.

Jonge kinderen zijn extra afhankelijk van ouders en daarom extra kwetsbaar. Ze kunnen zich minder onttrekken aan het geweld, omdat ze meestal thuis zijn. Ze hebben geen of minder woorden voor wat er gebeurt. Ook hebben ze een minder groot repertoire aan mogelijkheden om met het geweld om te gaan, zoals bij vriendjes gaan spelen, een buitenstaander inschakelen of hun verhaal doen bij de kindertelefoon. Een goede hechtingsrelatie met beide ouders is cruciaal voor latere relaties. Als in de vroege kinderjaren de hechtingsrelatie schade heeft opgelopen door geweld, is dit van invloed op de sociale ontwikkeling.

Oudere kinderen hebben meer mogelijkheden om de voorbodes van geweld te herkennen en daarop te reageren. Ze kunnen zich uit de voeten maken en zich afsluiten van het geweld. Ze kunnen ook jongere broers en zusjes beschermen. Ze kunnen praten over wat er thuis gebeurt. Oudere kinderen kunnen positieve corrigerende contacten opdoen met leeftijdsgenoten en anderen, ze kunnen vertrouwelijk en betekenisvol contact aangaan met een vertrouwenspersoon. Als kinderen dit doen wijst dat op veerkracht.

Ben je van glas, staal of rubber

Veerkracht is het vermogen tot beperking van schade en het vermogen tot herstel. Hulpverleners (en pleegouders) dienen een trui van veerkracht voor het kind te breien dat het beschermt tegen de kou die ervaringen met geweld veroorzaakt. Voorbeelden van veerkracht zijn inzicht, onafhankelijkheid, relaties, creativiteit, humor, moraal en initiatief. Mooi aan veerkracht is dat het een groeimodel is. Het biedt kracht en reparatie- en herstelmogelijkheden. Een Engelse deskundige op dit gebied (Anthony) maakt een vergelijking met poppen van drie soorten materialen. De pop van glas die stuk kan vallen als metafoor voor kinderen die zichzelf afsluiten (dissociëren) na getuige te zijn van geweld, de pop van staal die deuken oploopt als hij valt als meta­foor voor kinderen die verharden en tot slot de pop van rubber als metafoor voor kinderen die veerkrachtig zijn.

Er zijn verschillende manieren om veerkracht te doen toenemen. Het hulp bieden aan kinderen in een groep is een veelbelovende manier, omdat kinderen vaak denken dat ze de enige zijn, denken dat het normaal is of omdat ze zichzelf de schuld geven. Kinderen blijken door groepsgerichte interventies minder angstig te zijn, meer kennis te hebben, meer expressie en gevoel te tonen, meer sociale vaardigheden te hebben, meer veiligheidsplannen te bedenken en meer zelfvertrouwen en plezier te ervaren. Veerkracht en de ontwikkeling daarvan verdient meer aandacht. Het kan een belangrijke stimulans zijn voor kinderen en een leidraad vormen in het handelen van beroepskrachten en pleegouders.

In de woorden van Sietske Dijkstra: “Kinderen die getuige zijn van geweld hebben betrouwbare volwassenen nodig die zich oprecht voor hen interesseren.” Veel pleegouders vervullen deze rol voor hun pleegkinderen. •

Meer lezen? Een aanrader is ‘Kind tussen twee vuren. Preventie- en hulpprogramma’s voor kinderen die getuige zijn (geweest) van huiselijk geweld’ door W. Wentzel, i.s.m. met A. Haalboom, N. Meintser en A. de Ruiter (ISBN 9072127501). Te bestellen bij Transact (algemeen@transact.nl).


Tags: ,