Bemiddeling in pleegzorg ingewikkeld proces

Auteur: Jolanda Stellingwerff  

Sylvia van Lieshout en Heleen van der Vlugt zijn bemiddelingsmedewerker bij Rading, de Utrechtse instelling voor pleegzorg. Zij leggen uit wat hun vak inhoudt en hoe het komt dat er, ondanks dat er pleeggezinnen in de wacht staan, toch geworven wordt.

Sylvia van Lieshout: “Een bemiddelingsmedewerker zoekt een geschikt pleeggezin voor een kind dat is aangemeld door Bureau Jeugdzorg. De aanmelding van een kind is meestal een papieren dossier. Daar moet je uithalen hoe een kind zich in de tijd ontwikkelt. Ook moet je het voor je zien hoe een kind past binnen een pleeggezin. Dat inschattingsvermogen in combinatie met veel kennis en ervaring is echt belangrijk bij een bemiddeling.”

Heleen van der Vlugt: “De eerste stap is een gesprek met de casemanager, de ouders en het kind. Ouders mogen wensen aangeven voor een pleeggezin. Bijvoorbeeld of het een gezin is met of zonder kinderen, welke geloofsovertuiging, samenlevingsvorm, culturele achtergrond, afstand, of er huisdieren zijn etcetera. Wij geven aan dat we nooit honderd procent kunnen voldoen aan de wensen omdat zeker voor langdurige pleegzorg de spoeling dun is. De ouders spelen een belangrijke rol bij de bemiddeling. Pleegouders krijgen niet alleen met het kind te maken maar ook met de ouders en het systeem eromheen.”

Sylvia van Lieshout: “Het kan lang duren voor je een passend gezin hebt gevonden voor een kind. Pleegouders geven aan wat hun wensen zijn en wij kijken wat het beste bij hun past. Een kind met ernstige gedragsproblemen is meestal lastig te plaatsen. Pleegouders die moeite hebben met bepaalde problematiek krijgen niet snel een pleegkind waarbij die problemen spelen. Verder kijken we of de kinderen van pleegouders minstens twee jaar in leeftijd verschillen met het pleegkind. Zo voorkom je concurrentie.

Het is vaak ingewikkeld om het juiste dekseltje op het juiste potje te krijgen. Soms matcht een kind op acht punten bij een pleeggezin en op twee punten niet. Als die twee punten minder zwaar wegen, ga je door. Maar het kan ook voorkomen dat het maar op één punt niet matcht en dat je toch niet doorgaat omdat dat punt echt te zwaar weegt.”

Heleen van der Vlugt: “Het kiezen voor pleegzorg, het voorbereidingstraject, de cursus en de periode voor een eerste plaatsing nemen veel tijd in beslag. Soms moet je pleegouders tegen zichzelf in bescherming nemen. Als pleegouders te lang wachten en besluiten om eerdere wensen af te zwakken, raden wij dat sterk af. Het is niet niks wat je aangaat met pleegzorg. Het is belangrijk dat een plaatsing een grote kans van slagen heeft, zowel voor het kind als voor de pleegouder.”

Sylvia van Lieshout: “In ons bestand zitten veel pleeggezinnen die deelpleegzorg willen bieden. We willen graag ook meer keuze hebben uit gezinnen voor langdurige pleegzorg om tot een goede matching te komen. Soms komen we er niet uit met de pleeggezinnen in ons bestand. Dan zetten we een advertentie. Dat een pleeggezin soms lang wacht, is ook wel eens puur pech. Het komt voor dat je al een paar keer hebt bemiddeld en het toch niet doorgaat, omdat zich plotseling een andere oplossing voordoet. Oma komt bijvoorbeeld opeens in beeld. Eens in de zoveel maanden hebben we contact met pleeggezinnen die wachten. Dan leggen we uit hoe het ervoor staat. Het is belangrijk om contact te houden. We begrijpen heel goed dat mensen zich afvragen hoe het zit. Daarom moet je transparant zijn.” •


Tags: ,