Belangenvereniging van grootouders die kleinkinderen opvoeden

Auteurs: Mirte Loeffen en Rijk Huisman  

De eerste landelijke ontmoetingsdag voor grootouders die voor een kleinkind zorgen is op 20 december 2005 bezocht door ruim vijftig grootouders uit het hele land. Zij kwamen bij elkaar in de jeugdherberg van Bunnik, een monumentaal sprookjesachtig pand vlak bij Utrecht. Pleegouders Lammert Bakker, Daisy Middelburg en Edward Lehman namen samen met Mirte Loeffen, redactielid van Mobiel en adviseur bij Collegio, kennispraktijk voor de jeugdzorg, het initiatief. De pers toonde veel belangstelling voor de dag. Het NOS journaal, het jeugdjournaal, Radio 1, diverse landelijke en regionale dagbladen, 0/25, allemaal brachten ze verslag uit van het initiatief. De redactie van Mobiel was erbij en bekijkt de plannen voor de toekomst.

In 1998 waren er bij de Voorzieningen voor Pleegzorg duizend adressen geregistreerd van grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen (Loeffen, 1998). Jammer genoeg zijn er geen recentere cijfers. Die zullen, gezien de stijging van pleegzorgplaatsen de afgelopen jaren, waarschijnlijk hoger zijn. Maar ook met recente cijfers weten we het precieze aantal niet, omdat veel grootouders informeel (dat wil zeggen zonder een hulpverleningsinstantie) zorgen voor hun kleinkinderen. Soms omdat ze geen bemoeienis van de instanties wensen, maar vaak ook omdat ze niet weten dat ze aanspraak kunnen maken op begeleiding en pleegzorgvergoedingen. Hoewel het pleegzorgbeleid meer en meer is gericht op het vinden van pleeggezinnen in het netwerk van een kind, is er voor opa’s en oma’s (nog) weinig oog.

Waarom een belangenvereniging?

Veel grootouders denken dat zij de enigen zijn die hun kleinkind opvoeden als hun eigen kind daar (tijdelijk) niet toe in staat is. Soms vragen ze ondersteuning bij Bureau Jeugdzorg, maar in een groot aantal gevallen weerhoudt angst voor instanties hen hiervan. Ook Lammert Bakker koos er voor, nota bene op grond van zijn werkervaring in de kinderbescherming, om hulpverlening buiten de deur te houden: “Mijn dochter kampt met borderline problematiek. Ik was bang dat als er op mijn dochter ingepraat werd, ze zou zeggen dat ze wel weer voor het kind kon zorgen. Met als gevolg dat mijn kleinzoon teruggeplaatst zou worden, terwijl dat een te grote belasting voor zijn moeder zou zijn.”

Deze groep zogenaamde informele opvoeders is moeilijk te bereiken. Ze staan nergens geregistreerd en worden alleen via de media geïnformeerd. Tegelijkertijd is er geen landelijk beleid omtrent grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen. In sommige regio’s worden grootouders omarmd als vangnet voor kleinkinderen, elders in het land wordt grootouders gezegd dat ze grootouder moeten blijven en beter niet de opvoeding van hun kind ter hand kunnen nemen.

Deze verschillen blijken uit de ervaringsverhalen van de aanwezige opa’s en oma’s. Hoewel in grote steden meer dan de helft van de pleegkinderen een plek krijgt in het sociale- en familienetwerk, merkt een van de aanwezigen op: “Bij de professionals leeft het onderwerp niet. De Voorzieningen voor Pleegzorg zijn huiverig voor ons. Met grootouders die netwerkpleeg­ouders zijn, kunnen ze niet uit de voeten.”

Maar er zijn ook positieve ervaringen. Helma Weijtmans, grootouder die voor haar kleinzoon zorgt en lid van de pleegouderraad van Kompaan: “Grootouders moeten niet onnodig bang zijn voor instanties, bij ons in Brabant is het juist in onderling overleg allemaal heel goed geregeld.”

Niet alleen Voorzieningen voor Pleegzorg verschillen in beleid en bejegening ten aanzien van grootouders, ook rechters in het land stellen zich heel verschillend op. Bijvoorbeeld als het gaat over de afweging ouders al dan niet te ontheffen uit de voogdij, om die over te dragen aan grootouders of een voogd. De grootouderpraatgroepen die er zijn, opereren geïsoleerd en in de luwte. Weinig grootouders kennen het bestaan van deze groepen, afgaande op de verbaasde reacties van heel wat aanwezigen.In 2002 zijn in het kader van het pleegzorginnovatieproject Trillium veertig grootouders geïnterviewd.

Uit die interviews zijn vijf speerpunten (Loeffen, 2005) gedestilleerd: emancipatie, informatie, praktische ondersteuning, thema’s en ontmoetingsplekken.

Emancipatie

De organiserende grootouders, ondersteund door Collegio, streven naar emancipatie van de zorgende grootouder, oftewel erkenning van het pedagogisch en maatschappelijk belang dat ze dienen door de zorg voor hun kleinkinderen op zich te nemen. Een pedagogisch belang omdat opa’s en oma’s vaak heel vertrouwd zijn voor kleinkinderen. De fotoalbums staan in de kast, ze hebben al een band met het kind, zijn bekend met de problematiek van de ouders en kunnen het kind op een eerlijke manier informeren over de ouder(s), waarbij de wortels met de familie intact blijven.

Een maatschappelijk belang omdat deze grootouders hun steentje bij kunnen dragen aan de zorgschaarste die er in Nederland is. We hebben te maken met een toenemend aantal jeugdzorgvragen met wachtlijsten tot gevolg. Tegelijkertijd zijn er steeds meer ouderen. Laten we hun capaciteiten benutten ten dienste van de jeugdzorg, net zoals we dat ook al proberen in het arbeidsproces!

Informatie

Het ontbreekt aan basale informatie voor grootouders. Er zijn legio vragen waar grootouders mee kampen, maar waar (nog) niet gemakkelijk antwoord op te vinden is. Een oma die sinds een week voor haar kleindochter zorgt: “Ik weet me geen raad. Op internet is niks te vinden, mijn advocaat zegt “moeilijk moeilijk”, de GGZ weet van niks, mijn huisarts heeft iets dergelijks nog nooit bij de hand gehad en mijn buurvrouw waarschuwt me voor de kinderbescherming.”
Een folder met rechten en plichten van grootouders, een verwijzing naar instanties, ervaringsdeskundigen en praatgroepen voorziet in een grote behoefte. Deze folder zou wat betreft grootouders bij huisartsen, consultatie­bureaus, GGZ-instellingen, praktijken van verloskundigen, politiebureaus, bibliotheken en scholen moeten liggen.

Informatie is niet alleen van belang voor grootouders die hun kleinkind al in huis hebben, maar juist ook voor de grootouders die zich grote zorgen maken om de kleinkinderen. Groot­ouders zien vaak nog lang voordat de jeugdzorg iets in de gaten heeft, dat het fout gaat met de opvoeding.

In die fase moeten grootouders al informatie krijgen over de mogelijk­heden die ze hebben om een bijdrage te leveren aan het welzijn van de kleinkinderen, waartoe ook het op zich nemen van de opvoeding behoort. Grootouders kunnen zich dan mentaal en praktisch voorbereiden in plaats van dat er van de ene op de andere dag een kind op de stoep staat. Deze informatie kan ook preventief werken. Veel ad hoc-beslissingen en onduidelijkheden voor kinderen worden voorkomen als de mogelijkheden en wensen van opa en oma, voorafgaand aan een daadwerkelijke uithuisplaatsing, duidelijk zijn

Praktische ondersteuning

Grootouders lopen vaak tegen praktische zaken aan. Het gaat bijvoorbeeld om vragen over voeding of de financiële kant van de opvoeding. In het kader van praktische ondersteuning zouden grootouders het prettig vinden om gebruik te kunnen maken van een grootouderconsulent. Deze persoon zou op de hoogte moeten zijn van wat het betekent de zorg voor je klein­kinderen op je te nemen. Een grootouderconsulent zou idealiter 24 uur per dag beschikbaar zijn en grootouders zo nodig helpen bij het invullen van formulieren. Bemiddeling bij het vinden van een kinderdagverblijf wordt op prijs gesteld. Soms zal thuiszorg nodig zijn en soms zal het vrijwilligerscircuit mogelijk iets voor grootouders kunnen doen; weekendpleegouders die af en toe oppassen, een logeerhuis voor kinderen met gedragsstoornissen.
De grootouderconsulent is van dit soort mogelijkheden op de hoogte en brengt verbindingen tot stand met belangrijke instanties zoals de thuiszorg. Met andere woorden: de grootouderconsulent tuigt een netwerkorganisatie ten behoeve van grootouders op en onderhoudt dit netwerk.

Thema’s om over van gedachten te wisselen

Er zijn verschillende thema’s waar bijna alle grootouders die voor hun kleinkinderen zorgen mee worstelen. Het gaat om thema’s als:
•Ouderdom en opvoeding.
• Begeleiding van de kleinkinderen bij hun contact met verslaafde ouders of ouders met een psychiatrisch ziektebeeld.
• Verlatingsangst van kleinkinderen.

Grootouders vinden het prettig om over dergelijke thema’s van gedachten te wisselen in gespreksgroepen.

Ontmoetingsplekken

Bij een ontmoetingsplek voor grootouders denkt men aan een grootouder­café. Dit kan een virtueel café zijn op internet, bestaande uit een website met actuele informatie, een vraagbaak, discussiefora en een chatbox. Een grootoudercafé zou ook een trefpunt in het buurthuis kunnen zijn, zodat mensen elkaar in levende lijve kunnen ontmoeten. In beide gevallen zou er een ombudsman beschikbaar moeten zijn waar een grootouder met vragen terechtkan.

Om deze vijf speerpunten te realiseren is op 20 december jongstleden besloten een belangenvereniging op te richten, bij voorkeur als afdeling van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP). Deze mogelijkheid wordt momenteel verkend.

De grootouders die in Bunnik bijeenkwamen, riepen de initiatiefnemers van een belangenvereniging op om:
•Aan de maatschappij in het algemeen en aan de jeugdzorg in het bijzonder duidelijk te maken waarom groot­ouders van belang zijn in de zorg voor kinderen die niet thuis kunnen wonen.
• Ervaringen te bundelen om bestaande vooroordelen te ontkrachten en daarmee de bejegening van grootouders door sommige instanties te verbeteren.
•Grootouders mondiger te maken door nieuwsbrieven, gespreksgroepen en informatieverstrekking. Met een belangenvereniging als spreekbuis hoeven grootouders niet langer het gevoel te hebben dat ze er alleen voor staan.

De organisatoren van deze dag gaan met deze hartenkreet van grootouders aan de slag. Denkt u met ons mee? Reacties graag naar m.loeffen@collegio.nl. Er bellen ondertussen al heel veel grootouders die al jarenzonder ondersteuning voor hun kleinkinderen zorgen en het heerlijk vinden om te weten dat er meer mensen in dezelfde situatie verkeren. Zo groeit het grootouderbestand gestaag uit. Bent u ook zo’n grootouder en wilt u graag op de hoogte blijven van de actuele ontwikkelingen? Geef uw adresgegevens door aan bovenstaand e-mailadres. U wordt opgenomen in het landelijk grootouderbestand.  •

Mirte Loeffen is adviseur bij Collegio, kennis­praktijk voor de jeugdzorg en redactielid van Mobiel. Rijk Huisman was jarenlang pleegouder en is momenteel freelance journalist. Dit artikel is een ingekorte versie van het artikel dat zij schreven voor het Nederlands Tijdschrift voor Jeugdzorg dat eerder deze maand is verschenen.

De Grootouderdag is mogelijk gemaakt door De Combinatie, Spirit, Horizon, Jeugdformaat, Kompaan en Collegio.

Geraadpleegde literatuur:

Loeffen, M. en R. Portengen (1998). Familie- en sociale netwerkplaatsingen. Omvang en kenmerken anno 1998. Utrecht: NIZW.
Loeffen, M. (2004). Grootouders die hun kleinkinderen opvoeden, een (on)zichtbare groep?!?, Mobiel, jrg. 31, nr. 4, 11-15.


Tags: ,