Van generatie op generatie: kindermishandeling

Auteur: Donald Suidman

Kindermishandeling is minder erfelijk dan gedacht. En er is wat aan te doen – hoe eerder hoe beter. Een college door Herman Baartman, hoogleraar preventie kindermishandeling aan de Vrije Universiteit.

Herman Baartman zet zijn bril af, wrijft in zijn ogen en gaat er eens goed voor zitten. “Lang is gedacht dat mishandelende ouders ook mishandelde kinderen zijn geweest. En dat het overgrote deel van alle mishandelde kinderen later mishandelende ouder wordt. Sinds de jaren zestig is er onderzoek naar gedaan. Daaruit bleek dat als je als kind mishandeld bent, de kans zes keer groter is dat je zelf je kind gaat mishandelen. Fysieke mishandeling komt naar schatting in 5 procent van de gezinnen voor en van de kinderen die mishandeld zijn, mishandelt 30 procent later zelf ook. Het is maar een indicatie en het is maar hoe je ernaar kijkt. Kindermishandeling is een breed begrip. Fysieke en psychische mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik, er valt van alles onder. In veel onderzoek is niet duidelijk welk type mishandeling dat in de ene generatie voorkwam in verband wordt gebracht met welk type mishandeling in de volgende generatie. Maar duidelijk is dat het gros van de mishandelde kinderen als ouder niet mishandelt. Daarom is het belangrijk om die mythe te doorbreken. Want veel mishandelde jongvolwassenen denken dat ze er niet aan kunnen ontkomen dat ze zelf hun kinderen gaan mishandelen. Die gedachte alleen al verhoogt de druk. Het wordt een self-fulfilling prophecy.”

“Hoe werkt die overdracht van generatie op generatie? Juist mensen die mishandeling aan den lijve hebben ondervonden, willen het hun kind niet aandoen, zou je zeggen. Dat wíllen ze ook niet. Vaak hebben ze zich voorgenomen om het beter te doen. Maar juist deze mensen hebben veel angst om te falen, om tekort te schieten. Ze zijn niet alleen bang om agressie te herhalen, het is fundamenteler. Het is de angst dat je er niet toe doet, dat je niet van betekenis bent. Dat gevoel is er bij hen letterlijk in geslagen. Aan de ene kant krijg je weinig zorg, aandacht of respect van je ouders, dus kennelijk ben je niks waard. Dat hebben veel kinderen letterlijk zo gehoord: je deugt niet en dan wham. Die kinderen spannen zich aan de andere kant ontzettend in om die harde hand te behagen, want dat is ook de hand die voor hen zorgt. Maar behagen doen ze nooit goed genoeg, het wordt door de ouder nooit voldoende gewaardeerd.”

Herkansing

“Dan word je ouder en zo’n kind is een herkansing. Eindelijk iemand voor wie ik ertoe doe, die mij waardeert en om me geeft. Iemand van wie ik het nodige krijg en aan wie ik wat kwijt kan. De verwachtingen van je kind en van jezelf als ouder, zijn hooggespannen. Dat kan niet anders dan tot teleurstellingen leiden. Hoe hoger gespannen de verwachtingen, hoe heftiger de teleurstelling. Dat leidt tot spanningen en geweld. Of de ouder wendt zich van het kind af en dan spreken we van verwaarlozing. Transgenerationele overdracht (van generatie op generatie – red) van kindermishandeling is onderzocht tegelijk met de overdracht van gehechtheid, bij moeders die mishandeld waren. Er was een groep moeders die zelf mishandelde en een groep die dat niet deed. Uit dat onderzoek bleek dat de moeders die niet mishandelden, zich meer wisten te herinneren van hun jeugd en de mishandeling en er een consistenter oordeel over hadden. De groep die mishandelde had meer lacunes in hun herinnering en had sterk ambivalente gevoelens over hun jeugd en hun ouders. Deze groep was blijven steken in verwarring. Ze gaven bijvoorbeeld op het ene moment hun ouders de schuld en dan weer zichzelf. Ze zijn blijven hangen in een cruciale vraag voor mishandelde kinderen: deugen mijn ouders of deugen ze niet en deug ik zelf of deug ik niet?

De volgende vraag is: hoe kan het nou dat de ene groep ambivalenter is en minder herinnering heeft dan de andere? Dat komt doordat er voor het ene kind een oma was die het kind zonder meer leuk vond. Als een kind ergens heeft ervaren dat het er wél toe doet, als iemand liet voelen: jij mag er wezen, dan kan het de werkelijkheid beter onder ogen zien: “Mijn moeder was een loeder, maar mijn oma was een schat”. Cruciaal is de ervaring dat je ertoe doet. Zien anderen iets in mij? Dat is een fundamentele zaak, waarin trouwens élk mens kwetsbaar is.”

Intelligentie

“De groep die later zelf mishandelt, is minder intelligent dan de groep die het patroon doorbreekt. Dat komt doordat slimme mensen meer kansen hebben om goede ervaringen op te doen. Ze worden gewaardeerd door de juf, mogen het bord uitvegen. En ze gaan naar het gymnasium, waarmee je meer mogelijkheden hebt dan met het vmbo. De groep die niet herhaalt, heeft meer steun in de eigen omgeving en is vaak ook in therapie geweest. Die heeft daar bijvoorbeeld geleerd om sensitiever te worden voor de eigen gevoelens en daarmee ook voor die van hun kinderen. Dat werpt de vraag op: waarom gaat de een in therapie en de ander niet? Daarover kan ik alleen speculeren. Ik denk dat lijdensdruk doorslaggevend is.”

“Hulpverleners moeten een goed evenwicht zoeken tussen zorg aan de ene kant en voorkomen dat ze mensen in een slachtofferrol vasthouden aan de andere kant. Je moet voorkomen dat iemand alleen nog met zijwieltjes het leven aankan en ervan uitgaan dat veel mensen over de veerkracht beschikken om erbovenop te komen. We weten dat de gevolgen ernstiger zijn als de mishandeling langer duurt. Aan tijdig signaleren valt dus nog veel te doen. Iedereen moet weten dat mishandeling doorgaans niet vanzelf ophoudt. En als mishandeling gesignaleerd is, dan móét er wat gebeuren. Het is niet acceptabel dat er wachtlijsten zijn. Een probleem is dat er weinig deskundigheid is, in verhouding tot het aantal ernstig getraumatiseerde kinderen. En dat we niet eens weten welke route kin­deren gaan na een melding. Daar is geen onderzoek naar gedaan. We weten wél dat een op de drie meldingen ooit weer terugkomt bij het AMK (advies en meldpunt kindermishandeling).”

“In 1972 zijn de Bureaus Vertrouwensartsen begonnen, de voorlopers van de AMK’s, en ze kregen dat jaar 432 meldingen van kindermishandeling. De laatste jaren zijn er twintigduizend meldingen. Dat is een geweldige belasting. Zie maar eens dat je de juiste groep, die de meeste hulp nodig heeft, weet door te sluizen. We weten niet of dat lukt.

Preventie is goedkoper dan genezen. Dat hoeft niet zo ver te gaan dat je met alle ouders moet praten over hun eigen jeugd. Je kunt gericht aandacht besteden aan ouders van wie je weet dat ze risico lopen. Een beroerd verleden, een sociaal isolement, veel onzekerheid over het eigen ouderschap en onderling geweld zijn risicofactoren. Je kunt zulke ouders duidelijk maken dat je zorgen om hen hebt. Dat is nog vaak taboe. Ik heb wel eens tegen mensen in de jeugdgezondheidszorg gezegd: een vaginaal touché beschouwen we minder als een schending van de intimiteit dan een pedagogisch touché. Met hoe mensen hun kinderen opvoeden moet je prudent (verstandig) en respectvol omgaan, maar je moet er niet afblijven.”  •

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift 0|25, nummer 7, september 2004. Herman Baartman is naast zijn functie aan de VU bestuurslid van Mobiel.


Tags: , ,