Pleegouders én pleeggrootouders

Auteur: José van Ek  

Zowel pleegzoon Jan als diens zoon Peter werden geboren in een milieu, waarin van generatie op generatie chaos was. Er was geen structuur, geen orde en regelmaat en zeker geen basisveiligheid. Mobiel sprak met pleegouders Sophia en Eugène over hun inspanningen om beide jongens een toekomst te bieden.

Toen Sophia en Eugène ongeveer vijf jaar getrouwd waren, werd na een aantal miskramen  duidelijk dat ze zelf geen kinderen zouden krijgen. Ondanks dit grote verdriet vonden ze dat het leven doorging. Mede door hun geloof kozen ze er heel bewust voor om geen kinderen te adopteren, maar om pleeg­ouder te worden. Hun voorkeur ging uit naar de moeilijkst te plaatsen kinderen, zowel wat betreft problematiek als leeftijd. In totaal kwamen en gingen er zo’n vijftien kinderen. Vaak begon een plaatsing als crisisopvang, maar uiteindelijk bleven alle kinderen langer. Dit varieerde van een aantal maanden tot heel wat jaren en soms totdat ze volwassen waren.

Baby

Het tweede pleegkind dat bij hen geplaatst werd, was de toen vijftienjarige Jan. Hij had een groot deel van zijn jeugd doorgebracht in diverse instellingen. Sophia en Eugène kregen al gauw de indruk dat Jan veel te weinig kansen had gehad om zich te ontwikkelen. Volgens de mensen van het internaat waar Jan vandaan kwam, was Jan debiel. Met engelengeduld gaven de pleegouders hem zelf les in taal en rekenen en andere vakken. Stapje voor stapje ging het beter met Jan. Hij haalde later zelfs zijn rijbewijs. Toen Jan twintig jaar was, ging hij op zichzelf wonen in een woonvorm met begeleiding. Omdat de ouders van Jan jong gestorven waren, bleven Sophia en Eugène de ouderrol vervullen. Jan leerde een zwakbegaafd meisje kennen. Ze trouwden en baby Peter werd na een tijdje geboren. Zo werden Sophia en Eugène oma en opa. Jan bleef echter ook als volwassen man een zorgenkind, evenals zijn vrouw. Hij trok met verkeerde mensen op en kwam met criminelen in aanraking. Tot haar schrik merkte Sophia dat beide ouders niet wisten hoe ze met een baby moesten omgaan. Jan en zijn vrouw stelden haar gerust met de opmerking dat ze hun kindje nooit alleen thuis lieten. Zelfs niet als ze tot diep in de nacht naar een café gingen.

Geen contact

Ze vergaten soms de babyvoeding als ze op bezoek kwamen. Toch deed Peters moeder op haar manier haar best. Ze ging bijvoorbeeld wel op tijd met haar kindje naar het consultatiebureau. Toen oma Sophia constateerde dat baby Peter ondervoed was, nam ze contact op met de arts van het bureau om haar zorgen uit te spreken. Ze kreeg te horen dat ze zich er niet mee mocht bemoeien. Boos, verdrietig en met gevoelens van onmacht moest ze toezien hoe de baby achteruit ging. Zijn gezichtje werd uitdrukkingloos en hij werd totaal apathisch. In hun onwetendheid belemmerden de ouders Peter ernstig in zijn ontwikkeling. Als de baby bijvoorbeeld over de grond kroop, werd hij aan zijn voetjes terug getrokken. De ouders moesten lachen om dit ‘spelletje’. De grootouders probeerden geschrokken uit te leggen dat ze behoedzaam met hun kindje moesten omgaan. Het drong niet tot hen door en de baby raakte totaal in zichzelf gekeerd. Hij was erg bang en wilde geen contact. Hij kon zelfs geen aanraking verdragen. Toen Sophia hem een keer tegen zich aan wilde houden om hem te troosten en te kalmeren, beet hij haar tot bloedens toe.

Observatie

Op een nacht ging de telefoon. Jan en zijn vrouw vroegen of de grootouders alstublieft de baby wilden ophalen. Ze hadden geen onderdak meer. Ze waren overstuur en bang voor een confrontatie met criminelen, met wie ze conflicten hadden. Peter werd direct opgehaald. Hij kon helaas op dat moment niet bij hen blijven, omdat ze andere pleegkinderen hadden opgenomen.

Peter werd in een internaat geplaatst. Een lichtpunt was dat vanaf dat moment serieus naar hem werd gekeken. Eindelijk zat hij in het zorgcircuit. Sophia en Eugène stonden erop dat Peter werd getest door een VTO-team (vroegtijdige onderkenning van eventuele problemen). Hij werd geplaatst in een onderzoekscentrum met een medisch kinderdagverblijf. Peter zou er drie maanden ter observatie blijven, uiteindelijk werden dat veertien maanden. De uitslag van dit onderzoek was verbluffend voor de grootouders. Wat Sophia en Eugène al die tijd hadden vermoed, kregen ze in dezelfde bewoording te horen van de orthopedagoog. Peter was zwaar verstandelijk gehandicapt en had ADHD. Hij kende geen normen en waarden. Zelfs in zijn uitingen van liefde en aanhankelijkheid naar zijn grootouders was hij zo onstuimig dat ze onder de blauwe plekken zaten. Daarbij had hij een eetobsessie omdat hij van jongs af aan honger had gehad. Sophia ontdekte tijdens een weekend waarin hij thuis was, dat hij eten begroef in de tuin om het later weer op te graven en op te eten. Hierdoor liep hij een keer een ernstige voedselvergiftiging op.

Bezorgd

Peter werd behandeld door een kinderpsychiater. Helaas zou ze weggaan uit het instituut om een eigen praktijk te beginnen. Omdat eindelijk het hechtingsproces op gang was gekomen, bood ze tot grote opluchting van de grootouders aan om de behandeling (gratis!) voort te zetten in haar eigen praktijk. Na jaren van intensieve behandeling en begeleiding is Peter inmiddels een volwassen man van negentien jaar. Hij verblijft in een internaat voor dubbelgehandicapten, in een woongroep met zes bewoners. Om het andere weekend komt hij thuis.

Sophia en Eugène hebben het mentorschap. Het internaat beschouwt hen als grootouders, ze hebben een goed contact en er is duidelijk overleg. Mentaal zijn deze pleegouders sterk. Ze staan met belangstelling en betrokkenheid in het leven, helaas legt hun lichamelijke gezondheid beiden ernstige beperkingen op. Deze beperkingen doet hen beseffen dat er een moment komt, dat ze er niet meer zullen zijn. Er klinkt emotie in hun stem als ze hun allergrootste zorg uitspreken: “Wie kijkt er dan naar hem om? Waar gaat hij naar toe met de feestdagen? Wie bezoekt hem als hij jarig is?”

Tot besluit laat Eugène een map met gedichten zien, waaruit hij er één voorleest. Met een brok in mijn keel neem ik afscheid van twee heel bijzondere mensen. Was er maar een manier om hen gerust te stellen over de toekomst van hun pleegkleinkind Peter.


Tags: , ,