Kind van pleegouders werd pleegzorgwerker

Marieke Bouwense is opgegroeid met pleegbroertjes en -zusjes. Na een stage in de pleegzorg koos ze er aanvankelijk voor om niet in de pleegzorg te gaan werken. Maar toen ze een vacature tegenkwam, kon ze het niet laten om te solliciteren. Nu komt ze als pleegzorgwerker in veel pleeggezinnen.

Hoe heb je het in je jeugd ervaren dat er pleegkinderen in huis waren? Heb je er iets voor moeten inleveren of heb je er voordeel bij gehad?

“Ik heb er niet echt iets voor ingeleverd. De aandacht was wel anders verdeeld dan wanneer ze er niet geweest waren. Ik deed meer met mijn vader. Mijn moeder was meestal met de kleintjes bezig. Ik heb dat niet ervaren als een nadeel, want ik voelde aan dat zij ook recht hadden op een goede plek en dat vond ik prima.”

Heb je veel verschillende pleegbroers of -zussen gehad?

“Ik heb één eigen zus, zij is twee jaar ouder dan ik. Er zijn veel verschillende kinderen bij ons geweest, sommigen bleven kort, anderen lang. Er zijn er nu nog steeds twee thuis bij mijn vader en moeder. Er zijn ook weekendpleegkinderen geweest en twee kinderen bij ons uit het dorp waren een jaar bij ons. Voor mij was het doodgewoon en ik was er tegenover vriendjes en vriendinnetjes ook wel een beetje trots op. Ik wilde de pleegkinderen graag laten zien en sleepte hen overal mee naar toe.”

Kon je je voorstellen hoe het voor hen was om bij jullie te wonen?

“Ik zag het als logeren, ze hadden hun eigen spulletjes bij zich en ik zag daar verder geen problemen in. Ik vond het wel raar dat de vader van één van mijn pleegbroers geen contact met hem wilde. Soms waren er ouderbezoeken in Den Haag of Rotterdam, dan mochten wij ook mee. Zij hadden dan hun oudercontact en dan gingen wij bij de Bijen­korf iets drinken. Dat was voor ons een leuk uitje!”

Werden jij en je zus betrokken bij de beslissing of er weer een kind kon komen? Weet je nog hoe je het vond als er weer iemand wegging?

“Mijn ouders beslisten of er weer één bij kwam. Als er een wegging, vond ik dat niet altijd erg. Toen de kinderen uit ons dorp weer weggingen, wist ik dat ik die gewoon bleef tegenkomen. Er is een plaatsing afgebroken. Dat vond ik wel erg, maar dat ging echt niet langer. De bedoeling was dat hij om de zes weken een weekend zou blijven komen. Hij heeft helaas andere keuzes gemaakt. We hebben hem tien jaar niet gezien, maar hij heeft nu weer intensief contact met mijn ouders.”

Kun je je een leuk voorval herinneren uit die tijd?

“We hebben meegeholpen aan een film over pleegzorg. Mijn zus en ik waren toen negen en elf jaar. Die film is ook op school vertoond en dat vonden wij geweldig! Wat ook leuk was: de vader van mijn pleegzus had een nieuwe vriendin en zij kwam uit Suriname. Als ze op bezoek kwamen, brachten ze allerlei heerlijke dingen mee uit de Surinaamse keuken. We hebben ook veel lol gehad om mijn pleegbroer die probeerde Zeeuws te praten.”

Hoe kwam je in de pleegzorg te werken? Was je het van plan of was het toeval?

“Tijdens mijn opleiding had ik mijn stage bewust gekozen in de pleegzorg, want ik wilde wel graag ontdekken hoe ik tegenover pleegzorg stond. Had ik alles verwerkt wat ik door mijn pleegbroers en -zussen had meegemaakt? Ik merkte dat dat allemaal wel goed zat en was niet van plan om in de pleegzorg te gaan werken. Ik heb allerlei andere dingen gedaan, maar zag toen toch een advertentie en solliciteerde. Ik betwijfel of dat ook zo gegaan zou zijn als ik van huis uit niet bekend was geweest met pleegzorg. Ik ben wel altijd erg nieuwsgierig geweest naar alles wat met pleegzorg te maken had. Als de post geadresseerd was aan de familie maakte ik de brieven open, want ik hoorde toch ook bij de familie? Dan zat ik daar het werkplan te lezen van mijn pleegbroer! Ik ben ook eens naar zo’n avond gegaan voor eigen kinderen van pleegouders, zat ik daar als het enige kind!”

Is het in je werk een voordeel dat je ‘kind van pleegouders’ bent?

“Misschien kan ik gemakkelijker zaken verduidelijken naar pleegouders, voorbeelden van gedragingen noemen, kenmerken van kinderen geven. Ik denk dat ik dingen sneller kan plaatsen. Ik kan pleegouders zeker wijzen op de positie van hun eigen kinderen: het is voor een pleegkind veel gemakkelijker om er in te komen als er eigen kinderen zijn: samen naar het konijntje gaan kijken, met de andere kinderen aanschuiven aan tafel en dergelijke.”

Wij vragen voor dit thema een aantal kinderen hoe zij over pleegzorg denken in verband met hun toekomst, dus of ze van plan zijn zelf ook voor pleegkinderen te gaan zorgen. Mag ik dat ook aan jou vragen?

“Ik wil het niet zo lang ik dit werk doe, want dan zie ik geen onderscheid meer tussen mijn werk en thuis. Ik voel me sterk aangetrokken tot pubers, maar praktisch gezien kan het nu niet. Wat later komt, zien we nog wel. Het was lang niet altijd rozengeur en maneschijn thuis met de kinderen. Mijn pleegzus loopt nu stage bij Bureau Jeugdzorg. Dat vind ik superstoer van haar!”
======
KADER
======

“Ik zou later één pleegkind willen, want als je er meer neemt, zoals bij ons, vind ik dat te druk.”
(Lyke, 13 jaar)

“Ik weet niet of ik later pleegkinderen wil, omdat ik niet weet hoe ik dan leef, woon en waar ik werk. Pleegzorg zal altijd een aantrekkelijke optie zijn om te doen, omdat ik zo ook ben opgegroeid. Het zal voor mij niet meer dan normaal zijn om later minimaal één pleegkind of crisis­opvangkind in huis te nemen als dat mogelijk is.”
(Sacha, 16 jaar)

“Ik denk dat ik mij later nog wel met pleegzorg wil bezighouden. Ik weet niet of ik zelf pleegkinderen in huis zou willen, want ik weet dat het een moeilijke taak kan zijn om voor hen te zorgen. Het liefst zou ik eigen kinderen willen en als mijn kinderen dan wat groter zijn, wil ik wel graag crisisopvang doen voor baby’s. Dit doen wij nu bij ons thuis namelijk ook. Ik vind het heel leuk om zo’n kleine baby, die vaak een moeilijke start heeft, er weer bovenop te helpen. Het lijkt me een hele eer!”
(Nathalie, 17 jaar)

“Sinds november vorig jaar werk ik in een pleeggezin. Mijn werk daar is het gezin ondersteunen door actief met de kinderen bezig te zijn. Mijn ouders zijn ook pleegouders en dat maakt verschil uit bij het werk. Ik snap bepaalde dingen eerder, bijvoorbeeld als ze het over de bezoeken hebben. Ik herken dingen uit mijn eigen gezin en daardoor is het wel gemakkelijker om daar te werken. Ik heb al ervaringen met pleegkinderen en ik denk dat ik daarmee wel een voordeel heb. Verder hoop ik er nog lang te mogen werken.”
(Koosje, 25 jaar)


Tags: , ,