Portret van een pleeggezin met zwakbegaafde ouders

Voor dit portret spraken we met John en Maddy die zorgen voor twee pleegzoons. Een van de twee jongens heeft zwakbegaafde ouders. Zij komen al zo lang trouw op bezoek bij hun zoon dat zij een beetje deel uitmaken van het pleeggezin.

Wat is de samenstelling van jullie gezin?
Wij zijn vader John, als financiële man werkzaam bij de overheid, moeder Maddy, fulltime werkzaam in vrijwilligerswerk, pleegzoon Mick van zestien jaar, zit in Havo 5 en pleegzoon Dennis van vijftien jaar, zit in VMBO 4. Mick is in ons gezin gekomen toen hij drie was en Dennis kwam als baby van zes maanden.

Waarom zijn jullie pleegouder geworden?
Al voor ons trouwen hebben we het erover gehad dat we ook wat wilden doen voor kinderen die tegenwind hadden. Toen bleek dat we zelf geen kinderen kregen, kwam dat voornemen goed van pas.

Hoe reageerde de omgeving en de familie op het pleegouderschap?
Sommigen heel enthousiast, anderen afwachtend. De ouders van Dennis zijn zwakbegaafd en toen Dennis als kleine baby bij ons kwam, waren er mensen die zeiden: “O, maar als hij nou ook zwakbegaafd is?” We legden dan maar geduldig uit dat dat ons niets uitmaakte. Dan zag je hen wel vreemd opkijken. Al snel bleek dat hij normaal begaafd is en nu op zijn sloffen zijn VMBO-diploma gaat halen.

Hoe ziet de begeleiding van jullie gezin eruit en voldoet die aan de behoefte?
We hebben al diverse voogden en pleegzorgwerkers langs zien komen. Met de een klikt het wat beter dan met de ander. Van de eerste voogd van Dennis hebben we veel geleerd, bijvoorbeeld om niet te hard van
stapel te lopen wat zijn ouders betreft. Wij waren zo enthousiast en vol goede bedoelingen. Als ze ons onze gang had laten gaan, was er een veel te intensieve manier van omgaan met elkaar ontstaan en die kun je dan later niet meer terugdraaien.

Welke praktische problemen kom je tegen?
Eigenlijk geen. Dennis’ ouders kunnen niet lezen en toen hij nog klein was, voelde hij dat al aan. Als hij zijn rapport dan wilde laten zien, ging hij tussen hen in zitten en begon het voor te lezen. Heel ontroerend was dat.

Hoe ziet het contact met ouders en familieleden eruit?
Mick heeft helaas helemaal geen contact met zijn ouders of familie. Met de ouders van Dennis hebben we een heel goed contact. Ze komen om de drie weken op zaterdagmiddag een uur. Dat doen ze nu al vijftien jaar en daardoor zijn ze eigenlijk gewoon bij ons gezin gaan horen. Toen Dennis nog in de ‘gelovige’ leeftijd was, vierden we met hen Sinterklaas en  gingen we met hen en de twee jongens naar het Sinterklaasfeest van het werkvoorzieningsschap. Ze zorgden ook altijd voor cadeautjes voor Mick!

Hoe gaan de twee jongens met elkaar om?
Ze gaan met elkaar om als twee ‘gewone’broers: ze zijn het lang niet altijd met elkaar eens en vechten dat ook met elkaar uit, maar ze delen ook veel met elkaar. De achtergrond van de ouders van Dennis en het ontbreken van de ouders van Mick is voor hun relatie niet belangrijk.

Zijn er momenten waarop jullie dachten: hier hadden we nooit aan moeten beginnen?
Nee, dat hebben we nooit gedacht. We zijn wel eens teleurgesteld als Dennis heel trots iets aan zijn ouders vertelt en zij er dan nauwelijks op reageren. We moeten ons dan weer even opnieuw realiseren dat ze dat vermogen niet hebben. Dennis heeft dat soms beter door dan wij, hoewel we er nooit met hem over praten. Hij voelt het stilzwijgend aan.

Beschrijf een ervaring die illustreert: daar doen we het voor!
Twee keer per jaar gaan Dennis, zijn moeder en ik naar de stad om kleren voor hem te kopen. Dat doen we al vanaf dat hij bij ons woont, want zijn ouders willen hem dan graag iets geven. We gaan dan ook gezellig koffie drinken met wat lekkers erbij. Toen Dennis ongeveer vier jaar was, liep hij tussen zijn moeder en mij in en gaf ons allebei een handje. Hij zei toen: “Niemand gaat met twee moeders naar de stad!”


Tags: , ,