William Schrikker Groep begeleidt kinderen én ouders met een verstandelijke beperking

Auteur: Saar-Ine van Fulpen  

De William Schrikker Jeugdbescherming voert al meer dan 60 jaar kinderbeschermingsmaatregelen uit voor kinderen met een handicap en voor kinderen van ouders met een handicap. In het geval van de laatste groep gaat het meestal om ouders met een verstandelijke beperking. In de praktijk blijkt overigens dat veel ouders van kinderen die worden aangemeld vanwege hun eigen handicap óók verstandelijke beperkingen hebben.

De William Schrikker Groep voert het beleid dat élk kind, ook het kind met een handicap of het kind van ouders met een verstandelijke handicap, recht heeft op gezinsopvoeding. Als dat niet meer bij de eigen ouders kan, dan bij voorkeur in een (netwerk)pleeggezin of in een gezinshuis. De pleeggezinnen worden begeleid door de William Schrikker Pleegzorg. Omdat pleegouders wel de opvoedende rol van de ouders overnemen, maar de biologische ouders altijd de onvervangbare ouders blijven (óók als die ouders verstandelijk beperkt zijn) heeft de William Schrikker Pleegzorg veel ervaring opgedaan in het – samen met pleegouders – omgaan met de verstandelijk beperkte ouders van het pleegkind.

Dat is niet altijd makkelijk en dat weten onze pleegouders goed. Door de verstandelijke beperkingen van de ouders is het vaak lastig om tot goede afspraken over bezoeken en contacten te komen en om het eens te worden over de inhoud van de contacten tussen biologische ouder en kind. Het is voor veel pleegouders niet makkelijk te accepteren dat het in het verleden door het onvermogen van de biologische ouders al zo beschadigde pleegkind, nog steeds aan het onvermogen van die ouders moet worden blootgesteld.

Loyaliteitsconflict

Voorbeelden van dingen die mis kunnen gaan en die het contact tussen pleegouders en ouders bemoeilijken zijn er zeker. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de ouders helemaal niet of niet op het afgesproken tijdstip komen omdat niemand met ze mee kon of omdat de bus niet reed, terwijl hun kind in het pleeggezin zenuwachtig en opgewonden zit te wachten. Ook komt het niet zelden voor dat moeder wél komt, maar eigenlijk geen aandacht lijkt te hebben voor haar kind of de mooie tekening die voor haar is gemaakt. Ze wil alleen maar met pleegmoeder praten over haar eigen zorgen zoals doktersbezoeken en lichamelijke klachten. Het komt ook voor dat vader met zijn zesjarige dochtertje een door de pleegouders georganiseerd spel speelt en vervolgens als een kleuter boos wordt als hij van haar verliest. Ouders lijken nogal eens niet te willen begrijpen dat ze het kind in een loyaliteitsconflict brengen als zij hun zoon of dochter steeds buiten het gehoorsveld van de pleegouders toefluisteren dat ze gauw een ander huis zullen krijgen en dat het kind dan weer bij hen kan komen wonen: er zal een mooi kamertje zijn…

‘Ontschuldigen’ van ouders

Er worden echter, ook als het verstandelijk gehandicapte ouders betreft, goede resultaten bereikt met zogenaamde viergesprekken: overleg tussen ouders, pleegouders, pleegzorgwerker en gezinsvoogd. Daarbij is dan het kind zelf (het gezamenlijke belang van alle betrokkenen) het belangrijkste gespreksonderwerp. De ervaring leert dat, mits ouders en pleegouders goed voorbereid zijn, deze gesprekken mogelijkheden bieden om de ouders ervan te doordringen dat zij, hoewel zij geen opvoeders meer zijn, wel serieus genomen worden als vader en/of moeder en dat zij een belangrijke persoon blijven in het leven van hun kind. Ook kunnen deze gesprekken gaan over hoe zij ouders kunnen zijn ‘in het belang van hun kind’. Voor pleegouders betekenen deze gesprekken dikwijls dat zij begrip krijgen voor de onmacht van de ouders en de gevoelens van schaamte, verdriet en boosheid waarmee dat gepaard kan gaan. En, hoe tegenstrijdig dit misschien ook mag klinken: als pleegouders meer begrip hebben voor de ouders en het kind kunnen helpen ze te ‘ontschuldigen’, zijn ze betere en betrouwbaarder steunpilaren voor hun pleegkind en kunnen ze het beter leren met conflicterende loyaliteiten om te gaan.

Ontwikkelen aanbod ouderbegeleiding

Vanwege deze goede ervaringen zijn wij overtuigd geraakt van het belang van goed contact met de ouders en tussen de ouders en pleegouders. De William Schrikker Pleegzorg is dan ook in samenwerking met de ’s Heeren Loo Zorggroep (1) actief in het ontwikkelen van een (door de Wet op de Jeugdzorg voorgeschreven) aanbod ouderbegeleiding. In die ouderbegeleiding zal enerzijds aandacht zijn voor het vergroten van de ouderschapscompetenties, maar vooral veel aandacht voor het verwerken van gevoelens van falen, schuld en schaamte en de invulling van de rol van de niet-opvoedende ouder(s). Het is een belangrijk onderdeel van onze missie en onze taak om kinderen van verstandelijk gehandicapte ouders in zo goed mogelijke omstandigheden op te laten groeien. Hun ouders helpen om in te zien dat zij het best van hun zorg en liefde voor hun kind getuigen door de opvoeding aan anderen te delegeren. De ouders moeten als het ware toestemmen dat hun kind zich bij die andere opvoeders gelukkig voelt en de kans krijgt om zich op een gezonde manier te ontwikkelen.

Ontmoedigen zwangerschappen

Het ontmoedigen van zwangerschappen is ook een van de belangrijkste punten die de William Schrikker Groep inbrengt in het overleg met de ’s Heeren Loo Zorggroep over de opzet van een tienermoederhuis. Hier wordt aanstaande moeders met een verstandelijke beperking al tijdens de zwangerschapsperiode inzicht gegeven in mogelijkheden én onmogelijkheden om zelf voor het kindje te zorgen. Zonodig worden ze voorbereid op het delegeren van de opvoeding. Goede zorg voor verstandelijk gehandicapte ouders en hun kinderen is ook het voorkomen van (volgende) zwangerschappen. Binnen de William Schrikker Groep is overeenstemming over de professionele verantwoordelijkheid om daar waar het opvoederschap gedoemd is te falen, zwangerschap te ontmoedigen.

De William Schrikker Pleegzorg nam al de verantwoordelijkheid om pleegouders te helpen om hun pleegkind met een verstandelijke handicap te beschermen tegen onverantwoorde zwangerschap of een irreële kinderwens. Met betrekking tot de verstandelijk gehandicapte ouders van de pleegkinderen die al eerder met een kinderbeschermingsmaatregel te maken hadden en die een gezinsvoogd toegewezen gekregen hadden, was die ontmoediging altijd voornamelijk een zaak van de jeugdbescherming. Met ouderbegeleiding in het takenpakket van de pleegzorg zullen pleegzorgwerkers ook een rol in de ontmoediging van volgende zwangerschappen van de verstandelijk gehandicapte ouders van pleegkinderen krijgen.  •

Drs. Saar-Ine van Fulpen is klinisch psycholoog en staffunctionaris Expertisecentrum Jeugdzorg-Gehandicaptenzorg William Schrikker

(1)        In samenwerking met onder andere de ’s Heeren Loo Zorggroep wordt gewerkt aan de opzet van gezinshuizen voor kinderen met een verstandelijke beperking.


Tags: , ,