Een andere kijk op verantwoordelijkheid

Auteur: Lineke Joanknecht  

Flinterman en Idsardi (Mobiel 4, 2005) maken zich sterk voor een duidelijk plan van gezinsvoogdij en pleegzorginstelling waarin beschreven staat wat er nodig is binnen welke periode om tot thuisplaatsing over te gaan. Wanneer dat niet binnen de gestelde termijn is gelukt, vinden zij dat de pleegzorgplaatsing definitief moet zijn. Zij beroepen zich daarbij op het Verdrag van de Rechten van het Kind en onderstrepen dat duidelijkheid aan alle partijen (ouders, kinderen en pleegouders) rust geeft. Dan kan een kind zich gaan hechten aan zijn pleegouders. Maar zijn zo wel alle partijen betrokken?

Wanneer kinderen ervaren dat ouders en opvoeders elkaar respecteren en met elkaar overleggen, maken zij zich minder druk over waar zij wonen. Zij vertrouwen erop dat ze samen de beste oplossing kiezen. Voor een kind is het vooral onveilig als mensen (ouders onderling, ouders en familieleden, ouders en pleegouders) ruzie maken over hen. En dat kan gemakkelijk gebeuren, een goede verstandhouding komt niet vanzelf. Ouders zijn het vaak al niet eens met het besluit dat door de rechter wordt genomen. Ouders zijn dan boos en dat maakt het voor een kind moeilijk om naar een andere plek te gaan en voor pleegouders ingewikkeld om tot een goede verstandhouding te komen. In alle gevallen vergt het veel inspanning van pleegouders. Hun keuze om zich niet te mengen in de juridische strijd vind ik vanuit pedagogisch gezichtspunt logisch: willen ze het kind veiligheid bieden, dan dienen ze geen tegenpartij van de ouders te worden, maar in maximale samenwerking met hen voor hun kind te zorgen.

Verantwoordelijkheid van het netwerk

Terecht wijzen Flinterman en Idsardi op de plicht om een duidelijk plan te maken. Zij noemen daarbij vooral de verantwoordelijkheid van gezinsvoogd en pleegzorginstelling. Ik wil daar echter, met een verwijzing naar het al eerder genoemde Verdrag van de Rechten van het Kind, nog een groep aan toevoegen: de mensen bij wie het kind hoort en die van het kind houden. Naast ouders zijn dit opa’s, oma’s, ooms, tantes, neven, nichten, vrienden. Wanneer zij geïnformeerd worden over wat er aan de hand is, krijgen ze de kans mee verantwoordelijkheid te nemen.

Met behulp van een Eigen-kracht conferentie kan er voor de vastgestelde onveilige situatie een plan gemaakt worden door de ouders zelf, samen met mensen die zij daartoe uitnodigen en die mee verantwoordelijk willen zijn. In het eerste deel van zo’n bijeenkomst vindt informatie plaats (over de zorgen, het kader waaraan een plan moet voldoen en mogelijkheden van hulp). In het tweede (besloten) deel beslissen de betrokkenen zelf wat er moet gebeuren. In het derde deel worden afspraken gemaakt over de uitvoering van het plan.

Familieleden kennen de situatie van kinderen en ouders al veel langer en weten vaak heel goed wat wel en niet zal werken. Zij nemen verantwoordelijkheid naar de ouders en naar de kinderen toe. Zij beslissen met elkaar hoe de veiligheid voor kinderen geboden kan worden en kunnen daar ook op toezien (zij hebben meer zicht op de dagelijkse gang van zaken dan hulpverlening ooit zal hebben). Zij zijn soms hard in hun oordeel naar ouders: “Jullie kunnen het niet, je kind moet elders groot worden” of “Eerst moet je je eigen leven op orde hebben, voor je iets te bieden hebt aan je kinderen”. Vaak komen ze zelf in actie, gecombineerd met hulp van buitenaf.

Naarmate zij zelf minder mogelijkheden hebben, kiezen ze meer voor hulpverlening: vaker voor pleegzorg dan voor een tehuis. Daarbij maken ze ook een profiel van het pleeggezin en de wijze waarop zijzelf contact zullen houden. Voordeel is dat voor iedereen duidelijk is wat er moet gebeuren. Als een familie met elkaar tot de conclusie komt dat een pleeggezin voor het kind nodig is, biedt dat duidelijkheid voor het kind en zullen familie en vrienden het kind én de ouders helpen om in een pleeggezin op te groeien. Dat geldt ook voor samenwerking tussen families: die van het kind en die van de pleegouders. Pleegouders en kind kunnen met elkaar een band opbouwen, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de familieband. Waar de familie wel mogelijkheden heeft de zorg op zich te nemen, zullen hierover ook concrete afspraken gemaakt worden. Ook hier: helderheid voor alle betrokkenen.

Ik pleit ervoor om bij situaties waar ingrijpen nodig is (als duidelijk is dat ouders meer steun nodig hebben om veiligheid te kunnen bieden) eerst een Eigen-kracht conferentie in te zetten. Ook als een kind tijdelijk in een pleeggezin is geplaatst is een conferentie effectief. Pleegouders zullen dan als informanten betrokken worden in het eerste deel van de conferentie. Voor ouders is een conferentie geen gemakkelijk moment, maar kinderen genieten ervan dat al die mensen speciaal voor hen komen. Daarna weten ze waar ze aan toe zijn, ook als dat betekent dat ze ergens anders gaan wonen…

Voor de juridische route verandert er weinig: de Raad voor de Kinderbescherming of de gezinsvoogd geeft concreet aan waar de zorgen liggen en voor welke feitelijke situatie er een plan gemaakt moet worden (net als nu) en schetsen het kader. Zij maken het plan echter niet zelf, maar geven daartoe eerst de ouders, samen met hun netwerk, de gelegenheid. Als het plan als veilig beoordeeld wordt, accepteren ze het. Zij houden toezicht op de uitvoering van het plan en evalueren dat ook regelmatig met zowel ouders, kind als de bij het plan betrokken uitvoerders (vaak zullen dit naast een hulpverlener enkele familieleden zijn).

Tegelijkertijd kan je zeggen dat er veel verandert: er is een plan waar alle belangrijke mensen bij betrokken zijn, er is draagvlak gemaakt en dus minder getouwtrek over het kind, er is minder onduidelijkheid over de route, pleegouders weten beter waar ze aan toe zijn en weten dat er ook draagvlak is voor het wonen van het kind bij hen: ze kennen naast de ouders ook het netwerk en werken met hen samen aan een goed plan voor de toekomst van kinderen. En kinderen weten vanaf dat moment waar ze aan toe zijn, waarom het gaat zoals het gaat, wie er allemaal voor hen zijn en op welke wijze.  •

Lineke Joanknecht is werkzaam bij Spirit in Amsterdam, sinds 2001 als regiomanager Eigen-kracht conferenties; daarvoor als gedragswetenschapper voor pleegzorgtrajecten. Zie ook www.eigen-kracht.nl.


Tags: ,